Posts tonen met het label gerechtelijk onderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gerechtelijk onderzoek. Alle posts tonen

donderdag 4 februari 2010

De bom in Wetteren

Vorig jaar was het precies 75 jaar geleden dat De Rechtvaardige Rechters verdween. In 2010 hebben we opnieuw een belangrijke verjaardag in deze zaak. Op 12 en 13 mei 1935, ruim een jaar na de diefstal, lekte via de pers uit dat ene Arsène Goedertier uit Wetteren "de dader" was. In het kleine Wetteren, waar Goedertier koster, mutualiteitsvoorzitter en bankier-wisselagent was geweest, sloeg het nieuws in als een bom.
De Wetterse afdeling van het Davidsfonds wijdt dit jaar zijn Nacht van de Geschiedenis aan dit dramatische moment. Ze hebben mij gevraagd een voorstelling te creëren voor de Nacht (een avond eigenlijk). Op 23 maart, op het podium van CC Nova, ga ik een verkorte versie van het verhaal brengen dat ik tijdens de wandelingen Van Eyck vermist vertel, geïllustreerd met heel wat beelden, en vooral, aangevuld met Wetters materiaal dat vaak nog niet of nauwelijks bekend is. In het oude gerechtelijke dossier komen bijvoorbeeld verscheidene Wetterse getuigen aan het woord, die een goed beeld schetsen van de paranoia die door het dorp ging in die lente van 1935.
Ik heb ook het geluk gehad onlangs een negentigjarige Wetterse vrouw te interviewen, die Arsène Goedertier nog persoonlijk gekend heeft en zich nog enkele interessante gesprekken met hem herinnert. Het gesprek is gefilmd en zal tijdens de Nacht van de Geschiedenis te zien zijn. Binnenkort hier meer over deze getuige.

vrijdag 26 juni 2009

"Ik heb het altijd geweten"

Wat een verblijf in Villa Vanthilt al niet vermag. De telefoon heeft niet stil gestaan vandaag. Mijn mailbox puilt uit.
Zijn de revue gepasseerd: Radio 2 (om twintig voor zeven al - a.m.!), AVS, TV Oost, Gazet van Antwerpen en De Gentenaar - de laatste fotograaf is net buiten (het is nu half zeven p.m.). En dan vergeet ik de uitgeverij die vroeg of ik geen tweede boek wilde schrijven over de zaak.
TV Oost wilde me interviewen in Wanzele (Lede). Tricky. De plaats waar Julienne Minne met dat zwarte pak zou zijn uitgestapt, mag nog niet openbaar worden gemaakt. De kerk in het midden dan maar, de kerk van Wanzele.
Ik was nog niet goed uitgestapt of ik werd aangeklampt door een man, een leraar. "Ik heb u gisteren gezien op tv. Ik heb het altijd geweten dat het in Lede zat. Ik heb het altijd geweten." Met een heel verhaal erachteraan over de connecties tussen zijn familie en die van een mogelijke tweede dader.
De federale politie heeft ook nog eens gebeld. Om een datum af te spreken voor een gesprek. Ze nemen het spoor ernstig. Over enkele dagen ga ik daarnaartoe. Wie wil nog slapen?

zondag 31 mei 2009

“Den gewonen gang”

Krantendirecteurs die hun hele archief online zetten, verdienen een standbeeld. De Nederlandse Leeuwarder Courant heeft het vorig jaar al gedaan, meer dan 250 jaar kranten die je zomaar vanuit je luie zetel kan lezen.
Ik ben er zonet op gebotst en kon het niet laten natuurlijk. “Rechtvaardige Rechters” intikken. Ik kreeg meteen een mooie lijst resultaten, enkele verassende resultaten zelfs. Een stuk van correspondent Brusselaar bijvoorbeeld, die enkele uren na de eerste vaststellingen van de diefstal al op de plaats van de misdaad was.
De correspondent had meteen in de gaten “hoe men het te Gent met het schilderij vrij gemoedelijk opvat althans wat de bewaking betreft. Want deze diefstal toont onbetwistbaar aan, dat er te weinig voorzorgen waren genomen voor de veiligheid van ’t wereldvermaarde stuk dat zoowel voor Vlaanderen als voor Nederland een gemeenschappelijk cultuurbezit bezit is.”
Nog interessanter is dat het er ook na diefstal nog steeds gemoedelijk aan toeging in de kathedraal (let ook op de mercantiele onderkoster): “In St. Baafs, waar wij verwachtten slechts op vertoon van onze perskaart te worden toegelaten, bleek niemand eenige moeilijkheid te ondervinden om de kapel te betreden, die vlak naast het hoogkoor is gelegen en waar het beroemde veelluik van de gebroeders Van Eyck wordt bewaard. Terwijl de koster ons vriendelijk en met vele bizonderheden vertelde hoe de diefstal was ontdekt, was de onderkoster druk bezig met den verkoop van illustraties van het schilderij. Dit wees niet op een paniekstemming. De politie was gekomen en had het noodige gedaan. Voor het overige ging alles den gewonen gang.”
Liefhebbers van complottheorieën zullen het graag lezen.

zaterdag 11 april 2009

75 jaar vermist - deel 3 (slot): Een Belgische JFK

Wat de precieze rol van Arsène Goedertier was in de diefstal en afpersing, weten we niet. Maar door zijn betrokkenheid heeft de zaak in elk geval iets merkwaardigs gekregen. Iets zeer merkwaardigs. Het bleek dat het Gentse bisdom Goedertier bijzonder goed kende. Hij was nog koster geweest in Wetteren, hij had daardoor goede contacten gehad met het personeel van de Sint-Baafskathedraal, en zelfs de bisschop wist zeer goed wie hij was. Toch lijkt Goedertier tijdens de afpersing geen enkele moeite te doen om zijn identiteit te verbergen.

Hij had overal in België geld van een rekening kunnen halen om een schrijfmachine te huren, maar hij doet dat uitgerekend in Gent, vlak naast het bisschoppelijk paleis dan nog, in de Gentse zetel van de Nationale Bank - de bisschop hoefde hij maar even zijn gordijn opzij te schuiven. De schrijfmachine ging Goedertier bovendien een straat verderop huren, eveneens in het zicht van de kathedraal. De diefstal was toen al gebeurd. Het leek wel alsof de Wetterse wisselagent geen schrik had herkend te worden.

Volgens de enen is dat niet vreemd. Verscheidene getuigen beschreven Goedertier als een excentriekeling, een man met veel fantasie die graag het hoge woord voerde, een megalomaan zelfs. Hij zou een groot liefhebber van detectiveverhalen geweest zijn, vooral van die met Arsène Lupin in de hoofdrol, de gentleman-inbreker die graag een kat-en-muisspel met de politie speelde en overal hints achterliet.

Anderen hebben een veel gedurfder verklaring. Goedertier hoefde helemaal geen schrik hebben herkend te worden, want hij maakte deel uit van een complot, een samenzwering waarin misschien zelfs hogere kringen participeerden, zeggen ze. De aanhangers van dit soort theorieën verwijzen daarbij graag naar de manier waarop het hele gerechtelijke onderzoek gevoerd is – of liever: niet gevoerd is.

Inderdaad, als we eens op een rijtje zetten wat de politie allemaal heeft verzuimd die uren, dagen en maanden na de diefstal, dan is surrealistisch toch het minste wat je kan zeggen. Om te beginnen was het sporenonderzoek in de kapel nauwelijks die naam waard. Van een buurtonderzoek was er al helemaal geen sprake. De bediende in het Brusselse Noordstation die het eerste gestolen paneel, Johannes De Doper, in ontvangst had genomen, is niet meteen ondervraagd. Bij de geldoverhandiging op 14 juni 1934 in een Antwerpse pastorie, het enige moment dat er contact is geweest met een van de betrokkenen, stelde de politie geen verdoken agenten op in de buurt. Een van de belangrijkste getuigen, de taxichauffeur die de verdachte naar de pastorie had gebracht, is pas zeven maanden later ondervraagd, de meid, de huishoudster en de zuster van de pastoor moesten zelfs helemaal geen verklaring afleggen.

Vijf maanden later zouden de drie personen die bij het sterfbed van Goedertier aanwezig waren, de kroongetuigen worden in deze zaak: nooit ondervraagd. Van de daaropvolgende huiszoeking bij Goedertier is geen enkel proces-verbaal gemaakt, laat staan dat er een huiszoekingsbevel was afgeleverd.

En dan komen we bij de schrijfmachine. Die had Goedertier inderdaad gehuurd, de winkelbediende heeft hem formeel herkend, maar dat betekende daarom nog niet dat Goedertier ook zelf de brieven had geschreven. Daarvoor moest de politie natuurlijk naar Goedertiers vingerafdrukken zoeken op de machine: nooit gebeurd. Na het hele onderzoek bleef de politie de machine, een van de belangrijkste bewijsstukken in de zaak, gewoon verder gebruiken om er pv’s op te tikken. En toen ze versleten was, belandde ze gewoon op de schroothoop.

Toeval of opzet? Nog moeilijk te zeggen na 75 jaar. Alle verhoudingen in acht genomen is de zaak van De Rechtvaardige Rechters een Belgische JFK geworden - met Arsène Goedertier in de rol van Lee Harvey Oswald. In beide zaken heb je twee grote kampen: zij die geloven dat de dader een zonderling was die alles op zijn eentje gedaan heeft, en zij die geloven dat hij slechts een pion was, een radertje in een veel groter verhaal.


75 jaar vermist - deel 1: Een gat in het Lam Gods.
75 jaar vermist - deel 2:
Het spoor naar Wetteren.

woensdag 8 juni 2005

Een Da Vinci-code naar De Rechtvaardige Rechters

Een halve eeuw zoekt Karel Mortier nu al naar De Rechtvaardige Rechters. Zopas publiceerde de gepensioneerde hoofdcommissaris zijn vierde boek over de Lam Gods-diefstal. Nog altijd is hij ervan overtuigd dat de Wetterse wisselagent Arsène Goedertier bij de zaak betrokken is, maar tegelijk zijn de vermoedens groot dat er hoge politieke belangen meespeelden.

"Maak mij daarover eens een analyse", zei de prof en hij gaf het dikke dossier aan de student. Eind jaren veertig zijn we dan, aan de Gentse universiteit. De prof was strafrechtspecialist C.J. Vanhoudt, advocaat-generaal aan het Gentse hof van beroep. Het dossier was dat van de De rechtvaardige rechters. De student heette Karel Mortier. Hij was dan nog maar pas in dienst bij de Gentse politie - hij zou er later hoofdcommissaris worden - en wilde criminologie studeren. De student zag dat het dossier één grote chaos was, onmogelijk om een eindwerk over te maken. Vanhoudt toonde begrip en gaf Mortier een andere opdracht, maar de student had de microbe te pakken. 

In 1956 begon Karel Mortier in zijn vrije uren het dossier rustig door te nemen, het begin van een monumentaal levenswerk dat nog altijd niet voltooid is. Een halve eeuw is de man nu al met zijn eigen onderzoek naar het verdwenen paneel bezig. Niemand kent het verhaal beter dan hij. Een verhaal dat begon in nacht van 10 op 11 april 1934, toen twee Lam Gods-panelen uit de Gentse Sint-Baafskathedraal verdwenen. Het bisdom ontving dertien met D.U.A. ondertekende afpersingsbrieven. Eén paneel werd terugbezorgd, Johannes de Doper. Het tweede, De Rechtvaardige Rechters, is nog altijd vermist.

Karel Mortier schreef samen met journalist Noël Kerckhaert drie boeken over het onderwerp. Het derde, Dossier Lam Gods, blies in 1994 de zaak nieuw leven in. Een nieuwe generatie onderzoekers raakte gepassioneerd. Na het overlijden van Kerckhaert ging Mortier alleen voort met zijn onderzoek.  Zopas publiceerde hij zijn vierde boek, De verdwenen rechters, een herwerking van de vorige drie, aangevuld met nieuwe elementen. 

De basis van Mortiers theorie blijft onveranderd. Er waren minstens twee personen bij de diefstal betrokken, zegt hij. Hij reconstrueerde de situatie in de Vijdkapel en kwam tot een duidelijke conclusie: als de diefstal door één persoon zou zijn uitgevoerd, dan bezat "die allicht de allures van de godheid Shiva met al haar armen".

Mortier is er ook van overtuigd dat Arsène Goedertier op zijn minst weet had van de afpersing en er mogelijk aan heeft meegewerkt. De Wetterse wisselagent overleed op 25 november 1934. Op zijn sterfbed zou hij aan zijn vriend, de advocaat en latere senator Georges De Vos, hebben gezegd dat alleen hij het paneel wist zijn. Bij Goedertier thuis zouden nadien de doorslagen van de dertien D.U.A.-brieven zijn gevonden.

In De verdwenen rechters maakt Mortier voor het eerst gewag van een verklaring uit 1973 van de ondertussen overleden kanunnik Alidor Hulpiau. Die blijkt begin jaren vijftig met kroongetuige Cesar Aercus te hebben gesproken, de man die op de bewuste nacht toevallig in de buurt van de kathedraal wilde inbreken en op dat moment twee mannen zag naast Sint-Baafs: een van de mannen kwam met een 'plank' onder de arm uit de kerk, de andere wachtte bij een auto. De auto startte niet, Aercus bood zijn hulp aan, maar de mannen stuurden hem wandelen met 50 frank. Kanunnik Hulpiau had tijdens zijn gesprek enkele foto's getoond en Aercus had er "direct, zonder Goedertier te kennen, deze uitgepikt, als de vrijgevige nachtelijke pechlijder". Een belangrijk nieuw element, de eerste getuige die Goedertier ook op de plaats van de diefstal signaleert. Alidor Hulpiaus neef onthulde vorig jaar in De Morgen dat de kanunnik de nacht van de diefstal toevallig ook voorbij de kathedraal was gepasseerd, maar niet aan Aercus' kant, en toen een "open kolenkar" met drie mannen erbij zag aan een zij-ingang van de kathedraal.

Arsène Goedertier wordt door zijn tijdgenoten als een bijzonder man omschreven, iemand met een rijke fantasie die overal wel een mening over had. "Valère Goedertier, die zijn broer Arsène zeer goed kende, typeert hem als 'een Da Vinci'", schrijft Mortier. "Voor sommigen wellicht slechts een stap om over te schakelen naar een 'Da Vinci-code' in de D.U.A.-brieven." Veel speurders menen dat in de afpersingsbrieven een code zit die naar de bergplaats leidt. Zover drijft Mortier het niet, maar uit een analyse van de brieven, en ook van latere verklaringen van onder meer Goedertier, komt hij tot de conclusie dat de dief De Rechtvaardige Rechters vermoedelijk in de kathedraal zelf heeft verstopt en Johannes de Doper mee naar huis nam. "Waar verberg je het best een boom? In het bos." Mogelijk zit het er nog, zegt Mortier. In 1996 liet hij zelf een fiberscooponderzoek uitvoeren in het kapittelhuis en op de doksalen. "Door kredietbeperking kon nog geen verder nazicht gerealiseerd worden."

Wat dreef de Wetterse wisselagent tot de diefstal? Zeker geen financiële problemen, stelt Mortier, want die had Goedertier toen niet. Hij vermoedt dat er hoge politieke belangen speelden. Tijdens de oorlog was het gerucht al opgedoken dat de familie van de katholieke toppoliticus Frans van Cauwelaert er iets mee te maken had gehad. Dat gerucht klopte, vernam Mortier in de jaren zestig, zowel van DeVlag-leider Jef Van de Wiele als van architect Max Winders. Goedertier zat vol politieke ambities en had connecties. Op zijn begrafenis was minister Edmond Rubbens aanwezig.  Mortier signaleert enerzijds "merkwaardige (mogelijk toevallige) analogieën" tussen het verloop van de Lam Gods-zaak en een "spraakmakende verwikkeling in de Katholieke Unie en haar aanverwante organisaties". Het gaat met name over zware problemen waarin de Bank-Unie van zoon Emiel van Cauwelaert in 1934 was terechtgekomen, problemen die de hoogste kringen fel verontrustten, stelt Mortier. Een van die "merkwaardige analogieën" is dat minister Frans van Cauwelaert op 26 november 1934, nauwelijks vijf dagen na de eedaflegging van de nieuwe regering-Theunis, zijn ontslag aanbood. Daags voordien was Goedertier overleden, na zijn 'biecht' bij Georges De Vos. De Vos was een goede bekende van Frans van Cauwelaert.

Anderzijds stelde Mortier vast dat de bisdommen in 1932 de reorganisatie van de katholieke partijstructuur zouden hebben gesteund, alle bisdommen behalve Gent. "Arsène, om bij Rubbens en zijn politieke milieu op een goed blaadje te blijven staan, zou dan - op zijn manier - gepoogd hebben toch te zorgen voor 'een bijdrage'." In beide verhalen, het verhaal-Van Cauwelaert en het verhaal-Rubbens, heeft Mortier evenwel "geen formele bewijzen gevonden over een binding met de kunstroof".

De verdwenen rechters is het resultaat van een zelden geziene gedrevenheid. Zo gedreven is Mortier dat hij soms alleen nog maar zijn eigen versie ziet en alles wat andere speurders naar boven halen snerend van tafel veegt, ook al zitten daar waardevolle elementen tussen. Dat belet niet dat Mortier de geschiedenis zal ingaan als de man die de zaak heeft gered. Zeventig jaar geleden heeft justitie er werkelijk niks van gebakken, een Belgisch verhaal. Mortier is dat onderzoek helemaal opnieuw begonnen en hij heeft daarbij cruciale documenten boven water kunnen halen. Als er vandaag nog hoop is dat het paneel ooit opduikt, dan is die hoop voor een groot stuk aan Mortier te danken.

De verdwenen rechters. Analyse van een kunstroof telt 364 blz., kost 22 euro en is uitgegeven bij Academia Press, Gent.

(gepubliceerd in De Morgen, op 8 juni 2005)