Posts tonen met het label 75 jaar vermist. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 75 jaar vermist. Alle posts tonen

zaterdag 11 april 2009

75 jaar vermist - deel 3 (slot): Een Belgische JFK

Wat de precieze rol van Arsène Goedertier was in de diefstal en afpersing, weten we niet. Maar door zijn betrokkenheid heeft de zaak in elk geval iets merkwaardigs gekregen. Iets zeer merkwaardigs. Het bleek dat het Gentse bisdom Goedertier bijzonder goed kende. Hij was nog koster geweest in Wetteren, hij had daardoor goede contacten gehad met het personeel van de Sint-Baafskathedraal, en zelfs de bisschop wist zeer goed wie hij was. Toch lijkt Goedertier tijdens de afpersing geen enkele moeite te doen om zijn identiteit te verbergen.

Hij had overal in België geld van een rekening kunnen halen om een schrijfmachine te huren, maar hij doet dat uitgerekend in Gent, vlak naast het bisschoppelijk paleis dan nog, in de Gentse zetel van de Nationale Bank - de bisschop hoefde hij maar even zijn gordijn opzij te schuiven. De schrijfmachine ging Goedertier bovendien een straat verderop huren, eveneens in het zicht van de kathedraal. De diefstal was toen al gebeurd. Het leek wel alsof de Wetterse wisselagent geen schrik had herkend te worden.

Volgens de enen is dat niet vreemd. Verscheidene getuigen beschreven Goedertier als een excentriekeling, een man met veel fantasie die graag het hoge woord voerde, een megalomaan zelfs. Hij zou een groot liefhebber van detectiveverhalen geweest zijn, vooral van die met Arsène Lupin in de hoofdrol, de gentleman-inbreker die graag een kat-en-muisspel met de politie speelde en overal hints achterliet.

Anderen hebben een veel gedurfder verklaring. Goedertier hoefde helemaal geen schrik hebben herkend te worden, want hij maakte deel uit van een complot, een samenzwering waarin misschien zelfs hogere kringen participeerden, zeggen ze. De aanhangers van dit soort theorieën verwijzen daarbij graag naar de manier waarop het hele gerechtelijke onderzoek gevoerd is – of liever: niet gevoerd is.

Inderdaad, als we eens op een rijtje zetten wat de politie allemaal heeft verzuimd die uren, dagen en maanden na de diefstal, dan is surrealistisch toch het minste wat je kan zeggen. Om te beginnen was het sporenonderzoek in de kapel nauwelijks die naam waard. Van een buurtonderzoek was er al helemaal geen sprake. De bediende in het Brusselse Noordstation die het eerste gestolen paneel, Johannes De Doper, in ontvangst had genomen, is niet meteen ondervraagd. Bij de geldoverhandiging op 14 juni 1934 in een Antwerpse pastorie, het enige moment dat er contact is geweest met een van de betrokkenen, stelde de politie geen verdoken agenten op in de buurt. Een van de belangrijkste getuigen, de taxichauffeur die de verdachte naar de pastorie had gebracht, is pas zeven maanden later ondervraagd, de meid, de huishoudster en de zuster van de pastoor moesten zelfs helemaal geen verklaring afleggen.

Vijf maanden later zouden de drie personen die bij het sterfbed van Goedertier aanwezig waren, de kroongetuigen worden in deze zaak: nooit ondervraagd. Van de daaropvolgende huiszoeking bij Goedertier is geen enkel proces-verbaal gemaakt, laat staan dat er een huiszoekingsbevel was afgeleverd.

En dan komen we bij de schrijfmachine. Die had Goedertier inderdaad gehuurd, de winkelbediende heeft hem formeel herkend, maar dat betekende daarom nog niet dat Goedertier ook zelf de brieven had geschreven. Daarvoor moest de politie natuurlijk naar Goedertiers vingerafdrukken zoeken op de machine: nooit gebeurd. Na het hele onderzoek bleef de politie de machine, een van de belangrijkste bewijsstukken in de zaak, gewoon verder gebruiken om er pv’s op te tikken. En toen ze versleten was, belandde ze gewoon op de schroothoop.

Toeval of opzet? Nog moeilijk te zeggen na 75 jaar. Alle verhoudingen in acht genomen is de zaak van De Rechtvaardige Rechters een Belgische JFK geworden - met Arsène Goedertier in de rol van Lee Harvey Oswald. In beide zaken heb je twee grote kampen: zij die geloven dat de dader een zonderling was die alles op zijn eentje gedaan heeft, en zij die geloven dat hij slechts een pion was, een radertje in een veel groter verhaal.


75 jaar vermist - deel 1: Een gat in het Lam Gods.
75 jaar vermist - deel 2:
Het spoor naar Wetteren.

vrijdag 10 april 2009

75 jaar vermist - deel 2: Het spoor naar Wetteren

Die eerste maanden tastte de gerechtelijke politie volledig in het duister. Ze had geen enkel spoor, noch naar de dader of daders, noch naar het paneel. Tot 25 november 1934, ruim zeven maanden na de diefstal en bijna twee maanden na de laatste afpersingsbrief. Als een deus ex machina verscheen een verdachte op het toneel. Een dode verdachte.

Tijdens een politieke bijeenkomst in Dendermonde, een stadje op 30 kilometer van Gent, was een van de sprekers na zijn toespraak onwel geworden. Hij werd naar het huis van zijn schoonbroer, even verderop, gedragen en op een matras gelegd. Kort nadien overleed hij. In zijn laatste ogenblikken zou hij gezegd hebben dat hij alleen wist waar De Rechtvaardige Rechters was. “Het dossier van heel die zaak zult gij vinden in mijn klein bureel in de schuif rechts van de schrijftafel in een omslag Mututalité”, zou hij ook nog over zijn lippen gekregen hebben. Na een onderbreking vervolgde hij: “Dus gij weet waar het dossier is, en…” En toen was het afgelopen.

De onfortuinlijke man heette Arsène Goedertier, een 58-jarige wisselagent uit Wetteren, een dorp vlakbij Gent. In een envelop in een bureaulade in zijn kantoor werden de dubbels van de dertien afpersingsbrieven gevonden. In zijn portefeuille zat een biljet van het bagagedepot in het Gentse Sint-Pietersstation. Dat leidde niet naar De Rechtvaardige Rechters, wel naar een schrijfmachine, wellicht die waarmee de dertien brieven geschreven waren.

Tot vandaag blijft Arsène Goedertier onze hoofdverdachte. Maar nog steeds ontbreekt een sluitend bewijs tegen de man. Hij was betrokken bij de afpersing, daarover kan weinig twijfel meer bestaan, maar geen enkele onverdachte getuige heeft hem aan de diefstal kunnen linken.

Waarom was hij zeker bij de afpersing betrokken? Niet omdat de dubbels van de dertien brieven in zijn kantoor werden gevonden, want dat staat nergens officieel bevestigd (en de officieuze versies zitten vol tegenstrijdigheden). Wel omdat er nog een klad voor een veertiende brief in het dossier steekt, wellicht gevonden samen met de dubbels. De brief is met de hand geschreven, Goedertiers vroegere secretaresse heeft het handschrift formeel herkend als dat van haar voormalige werkgever.

Er is nog een tweede bewijs. De winkelbediende die de schrijfmachine uit het Sint-Pietersstation verhuurd had, herkende in een foto van Goedertier formeel de huurder van het toestel. Het Elite-lettertype van de machine komt overeen met dat van de brieven, maar proeven om helemaal zeker te zijn deed de politie niet. Nergens in het gerechtelijke dossier staat ook dat de vingerafdrukken van Goedertier op de schrijfmachine gevonden zijn.

Eén getuige heeft Goedertier de nacht van de diefstal gezien. Gentbruggenaar Cesar Aercus zag toen twee verdachte mannen bij de kathedraal, een van de mannen kwam met een “plank” onder de arm uit de kerk, de andere wachtte bij een auto. De auto startte niet, Aercus bood zijn hulp aan, maar een van de mannen stuurde hem wandelen met 50 frank. Die vrijgevige man was Arsène Goedertier, zegt Aercus.

Het probleem met deze getuigenis is dat Aercus zelf een inbreker was – hij wilde die bewuste nacht een slag slaan in de buurt van kathedraal – en dat hij pas begin jaren veertig, toen hij in de gevangenis zat, dus lang na de feiten, met zijn verhaal naar buiten kwam. Bovendien identificeerde hij Goedertier toen niet. Dat deed hij pas in de jaren vijftig in een gesprek met kanunnik Alidor Hulpiau, toen hij de Wetteraar aanduidde op een foto.

Wat was Goedertiers precieze rol in de hele zaak? Was hij alleen bij de afpersing betrokken? Was hij de dieven op het spoor gekomen en handelde hij als een soort bemiddelaar, zoals zijn familie beweerde? En natuurlijk: handelde hij alleen of had hij medeplichtigen? Allemaal vragen die 75 jaar na de feiten nog steeds niet opgelost zijn. Vooral die laatste vraag spreekt tot de verbeelding omdat ze in de Sint-Baafskathedraal zeer goed wisten wie Goedertier was.

75 jaar vermist - deel 3 (slot): Een Belgische JFK.

donderdag 9 april 2009

75 jaar vermist - deel 1: Een gat in het Lam Gods

Dinsdag 10 april 1934, 23.15 uur. Een 57-jarige vrouw die vlakbij de Gentse Sint-Baafskathedraal woont, ziet bij een avondwandeling iets verdachts. Uit een van de zijkapellen van de kerk, de Vijdkapel, komt lichtschijnsel. De weerkaatsing van de straatverlichting? Of komt het licht van binnen?

Enkele uren later, iets vóór 5.30 uur, doet een andere buurvrouw een nog vreemdere ontdekking. Ze woont al veertig jaar de vroegmis in Sint-Baafs bij maar die woensdagochtend vindt ze bij haar aankomst de zijdeur van de kerk al op een kier staan. Onderkoster Oscar Van Bouchaute doet meteen zijn ronde, gaat ook in de Vijdkapel kijken, want daar bevindt zich het wereldberoemde Lam Gods, maar alles lijkt normaal: de kapeldeur is gewoon dicht, voor het drieluik hangt nog steeds het beschermende doek dat de avond voordien is aangebracht.

Pas anderhalf uur later, wanneer Van Bouchaute de Vijdkapel voor het publiek opent en het doek ophaalt, heeft hij door welke verschrikkelijke feiten zich de voorbije nacht hebben afgespeeld. In het Lam Gods gaapt een groot gat: hij kijkt dwars door het linkerluik. De twee panelen die daar rug aan rug hebben gezeten, De Rechtvaardige Rechters en Johannes De Doper, zijn verdwenen.

De dader of daders laten lang niets van zich horen. Pas op 1 mei, drie weken na de diefstal, ontvangt de Gentse bisschop een Franstalige brief die met een schrijfmachine is geschreven en met de letters D.U.A. is ondertekend. D.U.A. wil eerst Johannes De Doper teruggeven, als bewijs dat hij de panelen bezit, en eist voor De Rechtvaardige Rechters 1 miljoen Belgische frank (25.000 euro), bijzonder veel geld voor die tijd.

D.U.A. zal uiteindelijk dertien van die brieven schrijven, gespreid over ruim vijf maanden. Bij de derde brief zit een biljet van het bagagedepot van het Brusselse Noordstation. De gerechtelijke politie, die de zaak ondertussen in handen heeft genomen, krijgt in ruil voor het biljet een groot pak: het eerste paneel, Johannes De Doper, is terecht. Bij de volgende brief geeft D.U.A. het adres van een Antwerpse pastoor. Daar moet het losgeld overhandigd worden.

Op 14 juni dient zich bij de pastoor een taxichauffeur aan. Hij is gestuurd om een pakje op te halen, zegt hij. De meid van de pastoor ziet van achter het gordijn dat in de taxi een man zit te wachten. De chauffeur krijgt het pakje, geeft het aan zijn klant en maakt rechtsomkeert. Het is de eerste en meteen ook laatste keer dat we zo dicht bij een van de betrokkenen komen.

Vanaf nu loopt alles definitief in het honderd. In het pakje dat de taxichauffeur heeft meegekregen, zit slechts 25.000 frank – het gerecht hoopt D.U.A. daarmee aan het lijntje te houden in de hoop dat hij een fout maakt. D.U.A.’s toon slaat nu helemaal om. Hij schrijft ellenlange epistels, smeekt de bisschop bijna het losgeld te betalen, verlaagt het bedrag zelfs tot de helft. Op geen enkel moment dreigt hij De Rechtvaardige Rechters te beschadigen of vernietigen.

Op 1 oktober arriveerde de dertiende brief op het Bisdomplein. Nadien liet D.U.A. niets meer van zich horen. De politie had er op dat moment geen flauw benul van wie zich achter de initialen verschool. Wellicht had ze het nooit geweten als het toeval haar geen handje had toegestoken.

75 jaar vermist - deel 2: Het spoor naar Wetteren.