Posts tonen met het label Antwerpen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Antwerpen. Alle posts tonen

maandag 31 oktober 2011

Spoor in Sint-Laurentius loopt dood

Ze was er heilig van overtuigd. Patricia Den Tandt hadden haar tanden gezet in een welbepaalde locatie in de Sint-Laurentiuskerk in Antwerpen. Daar bevond of bevindt zich De Rechtvaardige Rechters. Zopas liet ze weten dat het gestolen paneel daar niet zit.
Via het Speurrforum, een internetforum van amateurspeurders, maakte ze bekend dat het gerecht er op 12 oktober grondig heeft gezocht. En niets heeft gevonden. Opnieuw een spoor dat doodloopt.
Patricia Den Tandt is niet een van de vele fantasten in deze zaak. Ze zoekt al ruim vijftien jaar op een quasi wetenschappelijke manier naar het gestolen paneel, in navolging van haar man Willy Nachtergaele. Ze maakte de laatste jaren vooral indruk met haar onderzoek naar de financiële situatie van Arsène Goedertier, hoofdverdachte in deze zaak.
Toen ze in 2009 en 2010 op haar website haar nieuwe spoor naar Sint-Laurentius in verschillende stappen begon te ontvouwen, wekte dat dan ook verwachtingen. Alleen de bergplaats hield ze nog even voor zich.
Nu er gezocht is, gaat ze ook die laatste stap online zetten. "Maar vooraleer ik daaraan begin nog twee opmerkingen", zegt ze op het Speurrforum. "De RR zitten in Antwerpen, daar blijf ik rotsvast van overtuigd. Ze zitten evenwel niet op de plaats waar ik nachtenlang niet kon van slapen... zo zeker was ik. Daarom ben ik zo blij met de gebeurde zoeking, ik heb nu zekerheid."

woensdag 8 september 2010

Wat verraden de brieven van D.U.A.? (1)

De komende maanden leggen we de afpersingsbrieven van de mysterieuze D.U.A. onder de loep, de brieven die wellicht door Arsène Goedertier naar bisschop Coppieters zijn gestuurd. Ze behoren tot de weinige betrouwbare getuigenissen in deze zaak. Maar vertellen ze ook iets over de afperser? Verraden ze iets over het motief? Over de bergplaats van De Rechtvaardige Rechters? Vandaag de eerste brief. (Onderaan vindt u telkens de volledige versie van de brief.)

"Monseigneur, Wij hebben het voorrecht u te laten weten dat wij over de twee schilderijen van Van Eyck beschikken, die uit de hoofdkerk van uw stad zijn geroofd." Zo begint de afpersing in de grootste kunstroofzaak van de 20e eeuw. De eerste brief wordt op 30 april 1934 verstuurd vanuit Antwerpen, dat is bijna drie weken na de diefstal. Hij is, net zoals alle volgende, in het Frans geschreven, met veel taalfouten (het lijkt soms meer Vlaams dan Frans), op een schrijfmachine, met veel tikfouten, en ondertekend met de hoofdletters D.U.A.

In deze brief laat D.U.A. weten dat hij over de twee gestolen panelen beschikt. Eerst wil hij Johannes de Doper terugbezorgen. Vervolgens wil hij 1 miljoen Belgische frank ontvangen, daarna bezorgt hij De Rechtvaardige Rechters terug. De bisschop moet de onderhandelingen geheim houden en het onderzoek naar de diefstal laten stopzetten. Het antwoord wil D.U.A. lezen als zoekertje in de krant La Dernière Heure van 14 en 15 mei. Als de bisschop niet op zijn eisen ingaat, dan leidt dat "automatisch" tot "de definitieve en onherstelbare vernietiging." Meer nog, "elke verloren dag verhoogt het gevaar op beschadiging van de schilderijen."

Het eerste wat opvalt is dat D.U.A. niet zegt dat hij de dief is, alleen dat hij over de gestolen panelen "beschikt" ("nous disposons"). Hij wil niet uitleggen hoe de buit bij hem is terechtgekomen maar "het is op zo’n verwarde wijze gebeurd dat de plaats waar het kostbaarste van de twee werken rust, inderdaad slechts door EEN persoon gekend is. Daar heeft u de enige zaak die u moet interesseren, want ze draagt verschrikkelijke mogelijkheden in zich."

Al in derde zin van deze eerste brief voelt D.U.A. de behoefte iets los te laten over de plaats waar het paneel De Rechtvaardige Rechters "rust" ("repose") – alsof hij zich nauwelijks kan bedwingen. Slechts één persoon kent de bergplaats, en "une" staat in kapitalen, de enige keer in de hele briefwisseling dat hij hoofdletters gebruikt (op de ondertekening na). De zin is zo opgebouwd dat er een verband is: het is doordat de verwerving verward verliep, dat slechts één persoon de bergplaats kent. Met andere woorden: het was misschien niet echt de bedoeling dat slechts één persoon de bergplaats kende – het geeft niet meteen een indruk van stevige organisatie.

Het is ook de bergplaats van slechts één paneel, De Rechtvaardige Rechters. Als dit klopt, dan bevinden de twee panelen zich op 30 april, wanneer de brief vertrekt, zich al niet meer op dezelfde plaats. En het impliceert ook dat de bergplaats van Johannes de Doper door meerdere personen is gekend.

Dat slechts één persoon weet waar De Rechtvaardige Rechters zich bevindt, houdt "verschrikkelijke mogelijkheden" in. De meest waarschijnlijke interpretatie is dat het leven van die persoon in gevaar is (ik zie niet zoveel andere mogelijkheden die "verschrikkelijk" zijn). Dat die persoon D.U.A. zelf is, staat er overigens niet expliciet bij.

De enige taak van een afpersingbrief is kenbaar te maken wat de eisen zijn en wat er gebeurt als op de eisen niet wordt ingegaan. We kunnen niet zeggen dat D.U.A. zich tot die essentie beperkt. Hij heeft veel woorden nodig. De brief hangt scheef van de gezwollen frases. Dat valt vooral op in de passage waarin hij de bisschop op zijn verantwoordelijkheid wijst – ook zonder die passage zal Coppieters wil beseffen dat hij voor een loodzware keuze staat.

D.U.A. komt ook niet meteen terzake. Eerst wil hij iets kwijt over de "verwarde" verwerving van de panelen en de bergplaats die slechts één persoon kent. Pas in de derde paragraaf ontvouwt hij zijn eisen. En pas helemaal op het einde van de brief dreigt hij met "beschadiging" en "vernietiging", zonder duidelijk te maken hoe dat precies zal gebeuren. Zo concreet zijn geldeisen zijn, zo vaag blijven zijn dreigementen.

D.U.A. uit eigenlijk drie dreigementen in deze brief: slechts één persoon kent de bergplaats van De Rechtvaardige Rechters, uitstel betekent beschadiging van beide panelen, en weigering betekent vernietiging van beide panelen. Als de volgorde in de brief een indicatie is van het belang dat D.U.A. aan elk van de dreigementen hecht, dan zou je kunnen besluiten dat hij het eerste dreigement veel belangrijker vindt; hij benadrukt het trouwens nog eens: "Daar heeft u de enige zaak die u moet interesseren." Met andere woorden: het risico dat voortvloeit uit het feit dat slechts één persoon de bergplaats kent, is veel groter dan de mogelijke "beschadiging" en "vernietiging." Betekent dit dat het leven van die persoon echt in gevaar is? Of dat hij het toch niet echt meent met die "beschadiging" en "vernietiging"? Hij lijkt trouwens zijn dreigement van "beschadiging" al meteen te ondergraven door de bisschop nog eens veertien dagen de tijd te geven om te antwoorden; de diefstal is ook al negentien dagen oud (wat natuurlijk niet betekent dat het paneel zich al negentien dagen in zijn bergplaats bevindt).

Handelt D.U.A. alleen? Nergens komt de ik-persoon voor, de brief heeft het alleen maar over "wij". Dat hoeft nog niets te betekenen natuurlijk. Het kan een stijlfiguur zijn, er kunnen inderdaad medeplichtigen zijn, of D.U.A. bluft gewoon. Maar dat hij benadrukt dat de ene bergplaats slechts door één persoon is gekend, impliceert natuurlijk wel dat er anderen bij betrokken zijn, anderen die de bergplaats niet kennen.

Dat het grootste deel van het losgeld in biljetten van 10.000 frank betaald moet worden, is ook opmerkelijk. Niet iedereen kan zomaar dit soort biljetten uitgeven of wisselen. Is D.U.A. hier onvoorzichtig? Laat hij hier doorschemeren zich goed thuis te voelen in de financiële wereld (Goedertier had een bankkantoor)?

Elk woord van D.U.A. moet uiteraard met een flinke korrel zout genomen worden. Er staat niet noodzakelijk wat er staat. Het kan zijn dat D.U.A. zichzelf soms verraadt, maar het is evengoed mogelijk dat hij ons bewust een bepaalde richting uitstuurt en misschien zelfs op het verkeerde been zet. Hier is iemand aan het woord die zo vlug mogelijk geld wil en daarvoor van alles schrijft, verzonnen of niet.

Monseigneur,

Wij hebben het voorrecht u te laten weten dat wij over de twee schilderijen van Van Eyck beschikken, die uit de hoofdkerk van uw stad zijn geroofd.

Wij oordelen dat het verkieslijk is u niet uit te leggen door welke wederwaardigheden wij in het bezit van die juwelen zijn gekomen. Het is op zo’n verwarde wijze gebeurd dat de plaats waar het kostbaarste van de twee werken rust, inderdaad slechts door EEN persoon gekend is. Daar heeft u de enige zaak die u moet interesseren, want ze draagt verschrikkelijke mogelijkheden in zich.

Wij stellen u voor u de twee schilderijen af te leveren onder de volgende voorwaarden. Eerst leveren wij u het grisaille-schilderij Sint-Jan af. Na ontvangst van dit schilderij, zult u aan een persoon waarvan het adres u zal worden aangeduid, de som van één miljoen ter beschikking stellen in 90 biljetten van 10.000 frank en 100 biljetten van 1.000 frank. Die som zal ingepakt zijn in een pakje verzegeld met het zegel van het bisdom. Vervolgens zult u alles in een bruin papier inpakken, verzegeld met een gewoon zegel.

Bovendien verbindt u zich ertoe, Monseigneur, door een voorafgaande uitwisseling van de biljetten – of door andere middelen - te vermijden dat de nummers van de biljetten kunnen worden genoteerd. . En tenslotte zult u zich ertoe verbinden van de bevoegde autoriteiten de volledige stopzetting van de opsporingen en de definitieve seponering van de zaak te verkrijgen.

Nadat wijzelf zonder moeilijkheden de biljetten zullen hebben gewisseld, zal u de plaats waar u de Rechtvaardige Rechters zou kunnen terugnemen, zonder uitstel worden aangeduid.

Wij begrijpen dat de geëiste gratificatie hoog is, maar een miljoen kan men terugverdienen, terwijl Van Eycks niet opnieuw kunnen worden geschilderd. Vanuit een ander gezichtspunt bekeken, welke autoriteit zou de verantwoordelijkheid op zich durven te nemen om onze voorstellen, die het karakter van een ultimatum hebben, te verwerpen. Wij weten al te goed dat de artistieke en wetenschappelijke wereld zich zou oprichten van verontwaardiging, indien ze de weigering en de omstandigheden van ons voorstel zou moeten vernemen.

Indien u onze voorwaarden aanvaardt, iets waaraan wij niet willen twijfelen, zult u op de datums 14 en 15 mei in de krant La Dernière Heure, in de rubriek van de kleine aankondigingen Allerlei, de volgende tekst laten inlassen: D.U.A. In overleg met de autoriteiten, aanvaarden wij uw voorstellen integraal.

Wij veroorloven ons u ertoe aan te sporen om noch uw stappen noch uw antwoord uit te stellen, want elke verloren dag verhoogt het gevaar op beschadiging van de schilderijen.

Maar pas op voor de catastrofe. Een weigering of het zoeken van een oplossing via slinkse middelen, zal automatisch de definitieve en onherstelbare vernietiging van deze juwelen teweegbrengen.

D.U.A.

Volgende bericht op woensdag 15 september 2010.

maandag 15 februari 2010

Antwerps spoor blijft duister

Patricia Den Tandt laat bij de onthulling van haar Antwerpse spoor nog niet in haar kaarten kijken. Gisteren publiceerde ze twee nieuwe fictieve brieven, de vorm die ze gekozen heeft om uiteindelijk aan te tonen dat De Rechtvaardige Rechters in de Sint-Laurentiuskerk in Antwerpen zit. Maar nieuwe elementen komen daarin niet naar boven.
In de brieven kruipt ze in de huid van Julienne Minne, de weduwe van hoofdverdachte Arsène Goedertier. Ze correspondeert met haar goede vriendin Maria Joliet. Die was ooit verloofd met een jong gestorven broer van Arsène Goedertier. Ze was ook de zuster van Oscar Joliet, een prominent geestelijke van het Gentse bisdom.
De volgende brief verschijnt op zondag 21 februari.
De Facebook-groep waarmee Patricia Den Tandt steun hoopt te vinden, voor haar theorie, telt ondertussen 72 leden.

donderdag 11 februari 2010

Arsène Goedertier op Facebook

Het zal wel deel uitmaken van de Rechtvaardige Rechters-folklore zeker. Arsène Goedertier zit nu ook op Facebook. Iemand heeft een profiel met zijn naam en foto aangemaakt.
Hij noemt zichzelf wisselagent en bankier, zoals de echte, en geeft als adres de Zandstraat, de vroegere naam van Wegvoeringstraat in Wetteren, waar Goedertiers huis nog steeds staat.
Als favoriete uitspraak geeft hij: "Ik alleen weet waar het Rechtvaardige Rechterspaneel ooit zat en wie de dader was. Ik ben de enige die weet waar het paneel nu zit."
Bij zijn favoriete films vinden we Another Fine Mess en It Happened One Night.
Op zijn eigen pagina is geen activiteit te bespeuren. Hij is wel opvallend actief in de Facebook-groep De Rechtvaardige Rechters zitten in Antwerpen! Die is een initiatief van Patricia Den Tandt, de vrouw uit Zulte die dezer dagen haar Antwerpse theorie uit de doeken doet. De Facebook-Arsène strooit op die groepspagina allerlei hints rond. Gisteren schreef hij: "14.06.1934 Eerwaarde Heer Meulepas ik zag je niet!" Dat slaat op de overhandiging van het losgeld in Antwerpen op 14 juni 1934. Volgens de afpersingsbrieven moest die transactie gebeuren via pastoor Meulepas. Die pastorie ligt juist naast de Sint-Laurentiuskerk, die door Den Tandt wordt aangeduid aan de bergplaats van De Rechtvaardige Rechters.

zondag 7 februari 2010

Voorlaatste stap in Antwerpse theorie

Patricia Den Tandt is bezig met de voorlaatste stap in de publicatie van haar Antwerpse theorie. De vrouw uit Zulte, die al bijna vijftien jaar naar het gestolen paneel op zoek is, is ervan overtuigd De Rechtvaardige Rechters in de Sint-Laurentiuskerk in Antwerpen zit. Ze ontvouwt haar theorie op haar website in zeven stappen. Nu de zesde stap dus.
Ze focust daarbij op Julienne Minne, de weduwe van hoofdverdachte Arsène Goedertier. "Ik blijf erbij dat bij de meeste theorieën, de situatie en de persoon van Julienne te veel verwaarloosd zijn", schrijft ze vandaag op het Speurrforum, de website waar Lam Godsspeurders elkaar treffen. "Julienne bevond zich in een hopeloze, uitzichtloze en verschrikkelijke situatie!"
De voorbije weken reconstrueerde Den Tandt het leven van Minne na de dood van haar man aan de hand van fictieve brieven tussen haar en Marie Joliet. Joliet, zus van de latere hulpbisschop Oscar Joliet, was ooit verloofd geweest met Adhémar Goedertier, een broer van Arsène. Adhémar stierf jong, nog voor het huwelijk, maar zijn verloofde bleef deel uitmaken van de familie Goedertier.
De zesde stap is een langgerekte hink-stap-sprong. Zes brieven heeft Minne nu al geschreven, telkens met een antwoord van Joliet. De volgende brief wordt voor 14 februari aangekondigd.
Veel wijzer worden we er nog niet van maar ik signaleerde al dat Patricia Den Tandt iemand is om in de gaten te houden. Ze maakte indruk met haar onderzoek naar de financiële situatie van Arsène Goedertier, hoofdverdachte in deze zaak. Als eerste bracht ze een uitvoerige geschiedenis van Plantexel, het bedrijf van Arsène Goedertier dat van 1928 tot 1934 palmolieplantages exploiteerde in de toenmalige kolonie Congo.
Op het Speurrforum beloofde ze vandaag vuurwerk. Als haar zevende en laatste stap het niveau van het Plantexelonderzoek haalt, dan twijfelen we daar niet aan.

dinsdag 17 november 2009

In de Sint-Laurentiuskerk

Ze is er heilig van overtuigd: de Rechtvaardige Rechters zit in de Sint-Laurentiuskerk in Antwerpen. Ze zei het vorige week in de krant.
Nog een bergplaats dus. Niemand die er echt van opkijkt. Er zijn er al zoveel genoemd. Zeker de laatste jaren is er zonder overdrijven sprake van een inflatie van theorieën. Maar als Patricia Den Tandt aan het woord is, dan veeg je zo’n conclusie niet zomaar van tafel.
Ik heb haar werk hier in september al gesignaleerd. De vrouw uit Zulte is al bijna vijftien jaar naar het gestolen paneel op zoek, in navolging van haar man Willy Nachtergaele, die ook al eens in Sint-Laurentius terechtkwam. Ze maakte vooral indruk met haar onderzoek naar de financiële situatie van Arsène Goedetier, hoofdverdachte in deze zaak.
Waar het paneel precies zit, houdt ze nog even voor zich. Haar hele theorie ontvouwt ze in zeven stappen op haar website. Zopas heeft ze de vijfde stap gepubliceerd. (In de verte hoor ik reeds tromgeroffel.)