Posts tonen met het label Arsène Goedertier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Arsène Goedertier. Alle posts tonen

vrijdag 7 oktober 2011

Afscheid van een kleurrijk speurder

Maandag heb ik in Wetteren afscheid genomen van Maria De Roo (82), zonder twijfel een van de kleurrijkste speurders in de zaak van De Rechtvaardige Rechters.
Als echte Wetterse was ze bijzonder gefascineerd door de rol van Arsène Goedertier in deze zaak. Ze heeft nog veel personen uit die tijd gekend – zelfs Goedertier herinnerde ze zich nog, ze was vijf toen hij stierf – en was daardoor een dankbare bron voor veel speurders vandaag. Ze wachtte niet tot men bij haar aanklopte. Eind 2003 begon ze een eigen website, waarop ze zelfs een 261 bladzijden tellend boek publiceerde.
Voor mijn boek heb ik haar tweemaal uitvoerig geïnterviewd, in 2002 en 2003, en ook nadien ben ik nog enkele keren bij haar langs geweest. Ik herinner mij haar als een bijzonder gedreven speurder. Ze had haar theorieën en daar kon je haar niet meer van af brengen. Ze verdedigde haar verhaal met zoveel verve – voor een straffe uitspraak was je bij haar altijd aan het goede adres – dat je met plezier met haar van mening kon verschillen.
Volgens Maria zat De Rechtvaardige Rechters eerst in de Sint-Gertrudiskerk verborgen, waar Goedertier koster was geweest, en verhuisde het paneel nadien naar de graanaanzuiginstallatie van Molens Buysse in Wetteren, waar de zaakvoerder, burgemeester Duchâteau, het paneel later vond.
Dat Sint-Baafs in 1945 een kopie van Jef Van der Veken in het Lam Gods plaatste, daar gelooft ze niets van. Bij haar veelvuldige bezoeken aan Het Lam Gods vond ze nooit het portret van Leopold III dat de kopiist als herkenningsteken had geschilderd. In 1995 zag ze Leopold III ineens wel.
"Ik ben er daarom zeker van dat ik twee verschillende panelen van De Rechtvaardige Rechters heb gezien: in 1995 zat de kopie er zeker en vast in en was er die opening tussen paneel en kader, al de bezoeken ervoor was die spleet er nooit", vertelde ze me in een van de interviews. "Op die kopie heb ik dus in ’95 ook zeer duidelijk het gezicht van Leopold gezien, terwijl al de jaren daarvoor ik er verschillende keren tevergeefs heb naar gezocht.”
Merci, Maria.

vrijdag 8 april 2011

Een hemelse diefstal, voortaan elke zaterdag

Maandag zijn we weer een jaar verder. 77 jaar geleden is het dan al dat het Lam Gods in Sint-Baafs ineens twee panelen armer was.
Goed nieuws voor wie de zaak genegen is en graag in Gent loopt. De toeristische dienst van Gent lanceerde deze voormiddag een nieuwe plattegrond, Hemels Gent. Het wijst de weg naar alle belangrijke religieuze bezienswaardigheden in de stad, op de eerste plaats naar het wereldberoemde Lam Gods natuurlijk.
De toeristische dienst klopte bij ons aan voor informatie over de diefstal van De Rechtvaardige Rechters en de steeds hectischer speurtocht naar het paneel. Daardoor vind je op de plattegrond bijvoorbeeld de Gentse zetel van de Nationale Bank, waar hoofdverdachte Arsène Goedertier het geld voor zijn schrijfmachine van zijn rekening haalde, en het Huis van Eyck, waar auteur Patrick Bernauw ons via een ingenieuze code bij de neus neemt.
Hemels Gent illustreert de groeiende belangstelling voor de zaak. Om die reden breiden we het aanbod van de wandeling Van Eyck vermist vanaf morgen ook gevoelig uit. De wandeling zal voortaan elke zaterdag om 10.30 uur plaatsvinden, en zowel in het Nederlands, Frans als Engels te boeken zijn. Vanaf deze zomer wordt het menu uitgebreid met Duits en Spaans.
Van Eyck vermist, een wandeling door Gent langs de belangrijkste plaatsen in de zaak van De Rechtvaardige Rechters, loopt al sinds 2004, aanvankelijk enkel tijdens de Gentse Feesten, sinds 2009 ook elke eerste zondag van de maand. Die maandelijkse zondagwandeling wordt nu dus vervangen door een wekelijkse zaterdagwandeling. Boeken op de www.belgodrome.be.

Volgende bericht op 11 april 2011, de 77e verjaardag van de diefstal, met onder het meer het weerbericht van die dag.

woensdag 20 oktober 2010

De Wetterse connectie (bis)

Op het internet mag de belangstelling voor De Rechtvaardige Rechters misschien tanen, in Wetteren is dat allerminst het geval. In de gemeente van hoofdverdachte Arsène Goedertier is bijna alles wat je rond de diefstal organiseert, snel uitverkocht.
Zondag doe ik de wandeling Van Eyck vermist. De Wetterse connectie in Wetteren (een organisatie van Belgodrome in samenwerking met de toeristische dienst van Wetteren): is al volzet sinds vorige week, dertig inschrijvingen, bijna allemaal mensen van Wetteren. Hetzelfde toen ik in maart in CC Nova een theaterversie bracht van Van Eyck vermist (een organisatie van het Davidsfonds): meer dan 300 plaatsen, ruim een maand van tevoren uitverkocht.
De toeristische dienst speelt de zaak van De Rechtvaardige Rechters trouwens steeds meer uit als troef. Op 15 mei organiseerde de dienst een hele dag rond de zaak. De wandeling Van Eyck vermist zit nu in het vaste aanbod voor groepen die een bezoek brengen aan Wetteren. Ook daar lopen de inschrijvingen als een trein.
Van Eyck vermist. De Wetterse connectie van zondag is dus uitverkocht. In de lente van 2011 komt er nog een. Van de Gentse versie van de wandeling is er dit jaar nog één wandeling, op zondag 7 november.

Volgende bericht op woensdag 3 november 2010.

woensdag 8 september 2010

Wat verraden de brieven van D.U.A.? (1)

De komende maanden leggen we de afpersingsbrieven van de mysterieuze D.U.A. onder de loep, de brieven die wellicht door Arsène Goedertier naar bisschop Coppieters zijn gestuurd. Ze behoren tot de weinige betrouwbare getuigenissen in deze zaak. Maar vertellen ze ook iets over de afperser? Verraden ze iets over het motief? Over de bergplaats van De Rechtvaardige Rechters? Vandaag de eerste brief. (Onderaan vindt u telkens de volledige versie van de brief.)

"Monseigneur, Wij hebben het voorrecht u te laten weten dat wij over de twee schilderijen van Van Eyck beschikken, die uit de hoofdkerk van uw stad zijn geroofd." Zo begint de afpersing in de grootste kunstroofzaak van de 20e eeuw. De eerste brief wordt op 30 april 1934 verstuurd vanuit Antwerpen, dat is bijna drie weken na de diefstal. Hij is, net zoals alle volgende, in het Frans geschreven, met veel taalfouten (het lijkt soms meer Vlaams dan Frans), op een schrijfmachine, met veel tikfouten, en ondertekend met de hoofdletters D.U.A.

In deze brief laat D.U.A. weten dat hij over de twee gestolen panelen beschikt. Eerst wil hij Johannes de Doper terugbezorgen. Vervolgens wil hij 1 miljoen Belgische frank ontvangen, daarna bezorgt hij De Rechtvaardige Rechters terug. De bisschop moet de onderhandelingen geheim houden en het onderzoek naar de diefstal laten stopzetten. Het antwoord wil D.U.A. lezen als zoekertje in de krant La Dernière Heure van 14 en 15 mei. Als de bisschop niet op zijn eisen ingaat, dan leidt dat "automatisch" tot "de definitieve en onherstelbare vernietiging." Meer nog, "elke verloren dag verhoogt het gevaar op beschadiging van de schilderijen."

Het eerste wat opvalt is dat D.U.A. niet zegt dat hij de dief is, alleen dat hij over de gestolen panelen "beschikt" ("nous disposons"). Hij wil niet uitleggen hoe de buit bij hem is terechtgekomen maar "het is op zo’n verwarde wijze gebeurd dat de plaats waar het kostbaarste van de twee werken rust, inderdaad slechts door EEN persoon gekend is. Daar heeft u de enige zaak die u moet interesseren, want ze draagt verschrikkelijke mogelijkheden in zich."

Al in derde zin van deze eerste brief voelt D.U.A. de behoefte iets los te laten over de plaats waar het paneel De Rechtvaardige Rechters "rust" ("repose") – alsof hij zich nauwelijks kan bedwingen. Slechts één persoon kent de bergplaats, en "une" staat in kapitalen, de enige keer in de hele briefwisseling dat hij hoofdletters gebruikt (op de ondertekening na). De zin is zo opgebouwd dat er een verband is: het is doordat de verwerving verward verliep, dat slechts één persoon de bergplaats kent. Met andere woorden: het was misschien niet echt de bedoeling dat slechts één persoon de bergplaats kende – het geeft niet meteen een indruk van stevige organisatie.

Het is ook de bergplaats van slechts één paneel, De Rechtvaardige Rechters. Als dit klopt, dan bevinden de twee panelen zich op 30 april, wanneer de brief vertrekt, zich al niet meer op dezelfde plaats. En het impliceert ook dat de bergplaats van Johannes de Doper door meerdere personen is gekend.

Dat slechts één persoon weet waar De Rechtvaardige Rechters zich bevindt, houdt "verschrikkelijke mogelijkheden" in. De meest waarschijnlijke interpretatie is dat het leven van die persoon in gevaar is (ik zie niet zoveel andere mogelijkheden die "verschrikkelijk" zijn). Dat die persoon D.U.A. zelf is, staat er overigens niet expliciet bij.

De enige taak van een afpersingbrief is kenbaar te maken wat de eisen zijn en wat er gebeurt als op de eisen niet wordt ingegaan. We kunnen niet zeggen dat D.U.A. zich tot die essentie beperkt. Hij heeft veel woorden nodig. De brief hangt scheef van de gezwollen frases. Dat valt vooral op in de passage waarin hij de bisschop op zijn verantwoordelijkheid wijst – ook zonder die passage zal Coppieters wil beseffen dat hij voor een loodzware keuze staat.

D.U.A. komt ook niet meteen terzake. Eerst wil hij iets kwijt over de "verwarde" verwerving van de panelen en de bergplaats die slechts één persoon kent. Pas in de derde paragraaf ontvouwt hij zijn eisen. En pas helemaal op het einde van de brief dreigt hij met "beschadiging" en "vernietiging", zonder duidelijk te maken hoe dat precies zal gebeuren. Zo concreet zijn geldeisen zijn, zo vaag blijven zijn dreigementen.

D.U.A. uit eigenlijk drie dreigementen in deze brief: slechts één persoon kent de bergplaats van De Rechtvaardige Rechters, uitstel betekent beschadiging van beide panelen, en weigering betekent vernietiging van beide panelen. Als de volgorde in de brief een indicatie is van het belang dat D.U.A. aan elk van de dreigementen hecht, dan zou je kunnen besluiten dat hij het eerste dreigement veel belangrijker vindt; hij benadrukt het trouwens nog eens: "Daar heeft u de enige zaak die u moet interesseren." Met andere woorden: het risico dat voortvloeit uit het feit dat slechts één persoon de bergplaats kent, is veel groter dan de mogelijke "beschadiging" en "vernietiging." Betekent dit dat het leven van die persoon echt in gevaar is? Of dat hij het toch niet echt meent met die "beschadiging" en "vernietiging"? Hij lijkt trouwens zijn dreigement van "beschadiging" al meteen te ondergraven door de bisschop nog eens veertien dagen de tijd te geven om te antwoorden; de diefstal is ook al negentien dagen oud (wat natuurlijk niet betekent dat het paneel zich al negentien dagen in zijn bergplaats bevindt).

Handelt D.U.A. alleen? Nergens komt de ik-persoon voor, de brief heeft het alleen maar over "wij". Dat hoeft nog niets te betekenen natuurlijk. Het kan een stijlfiguur zijn, er kunnen inderdaad medeplichtigen zijn, of D.U.A. bluft gewoon. Maar dat hij benadrukt dat de ene bergplaats slechts door één persoon is gekend, impliceert natuurlijk wel dat er anderen bij betrokken zijn, anderen die de bergplaats niet kennen.

Dat het grootste deel van het losgeld in biljetten van 10.000 frank betaald moet worden, is ook opmerkelijk. Niet iedereen kan zomaar dit soort biljetten uitgeven of wisselen. Is D.U.A. hier onvoorzichtig? Laat hij hier doorschemeren zich goed thuis te voelen in de financiële wereld (Goedertier had een bankkantoor)?

Elk woord van D.U.A. moet uiteraard met een flinke korrel zout genomen worden. Er staat niet noodzakelijk wat er staat. Het kan zijn dat D.U.A. zichzelf soms verraadt, maar het is evengoed mogelijk dat hij ons bewust een bepaalde richting uitstuurt en misschien zelfs op het verkeerde been zet. Hier is iemand aan het woord die zo vlug mogelijk geld wil en daarvoor van alles schrijft, verzonnen of niet.

Monseigneur,

Wij hebben het voorrecht u te laten weten dat wij over de twee schilderijen van Van Eyck beschikken, die uit de hoofdkerk van uw stad zijn geroofd.

Wij oordelen dat het verkieslijk is u niet uit te leggen door welke wederwaardigheden wij in het bezit van die juwelen zijn gekomen. Het is op zo’n verwarde wijze gebeurd dat de plaats waar het kostbaarste van de twee werken rust, inderdaad slechts door EEN persoon gekend is. Daar heeft u de enige zaak die u moet interesseren, want ze draagt verschrikkelijke mogelijkheden in zich.

Wij stellen u voor u de twee schilderijen af te leveren onder de volgende voorwaarden. Eerst leveren wij u het grisaille-schilderij Sint-Jan af. Na ontvangst van dit schilderij, zult u aan een persoon waarvan het adres u zal worden aangeduid, de som van één miljoen ter beschikking stellen in 90 biljetten van 10.000 frank en 100 biljetten van 1.000 frank. Die som zal ingepakt zijn in een pakje verzegeld met het zegel van het bisdom. Vervolgens zult u alles in een bruin papier inpakken, verzegeld met een gewoon zegel.

Bovendien verbindt u zich ertoe, Monseigneur, door een voorafgaande uitwisseling van de biljetten – of door andere middelen - te vermijden dat de nummers van de biljetten kunnen worden genoteerd. . En tenslotte zult u zich ertoe verbinden van de bevoegde autoriteiten de volledige stopzetting van de opsporingen en de definitieve seponering van de zaak te verkrijgen.

Nadat wijzelf zonder moeilijkheden de biljetten zullen hebben gewisseld, zal u de plaats waar u de Rechtvaardige Rechters zou kunnen terugnemen, zonder uitstel worden aangeduid.

Wij begrijpen dat de geëiste gratificatie hoog is, maar een miljoen kan men terugverdienen, terwijl Van Eycks niet opnieuw kunnen worden geschilderd. Vanuit een ander gezichtspunt bekeken, welke autoriteit zou de verantwoordelijkheid op zich durven te nemen om onze voorstellen, die het karakter van een ultimatum hebben, te verwerpen. Wij weten al te goed dat de artistieke en wetenschappelijke wereld zich zou oprichten van verontwaardiging, indien ze de weigering en de omstandigheden van ons voorstel zou moeten vernemen.

Indien u onze voorwaarden aanvaardt, iets waaraan wij niet willen twijfelen, zult u op de datums 14 en 15 mei in de krant La Dernière Heure, in de rubriek van de kleine aankondigingen Allerlei, de volgende tekst laten inlassen: D.U.A. In overleg met de autoriteiten, aanvaarden wij uw voorstellen integraal.

Wij veroorloven ons u ertoe aan te sporen om noch uw stappen noch uw antwoord uit te stellen, want elke verloren dag verhoogt het gevaar op beschadiging van de schilderijen.

Maar pas op voor de catastrofe. Een weigering of het zoeken van een oplossing via slinkse middelen, zal automatisch de definitieve en onherstelbare vernietiging van deze juwelen teweegbrengen.

D.U.A.

Volgende bericht op woensdag 15 september 2010.

woensdag 2 juni 2010

De linkervoet van Goedertier

Er wordt wel eens gezegd dat Arsène Goedertier niet in staat was de nachtelijke diefstal te plegen. Een argument dat daarbij vaak terugkeert, is dat hij op 22-jarige leeftijd was afgekeurd voor de Burgerwacht - wegens nachtblindheid.
Kan iemand na zo'n diagnose in het holst van de nacht twee panelen uit het Lam Gods halen en er dan met de auto vandoor gaan?
Op de tentoonstelling die van 15 mei 21 mei (veel te kort) in Wetteren liep, waren enkele interessante documenten te zien over Goedertiers afkeuring voor de Burgerwacht. Nergens is sprake van nachtblindheid. Wel van een andere afwijking.
Gemeentearchivaris Jeroen Trio vond samen met Ghislain Seghers en Anna Benoy het besluit van den burgerlijken revisieraad over Goedertiers ongeschiktheid voor de Burgerwacht. Op 19 december 1898 kreeg Goedertier vrijstelling wegens "eene ernstige misvormdheid van den linkervoet".






Volgende bericht op woensdag 9 juni 2010.

woensdag 7 april 2010

Arsène Goedertier spreekt

Af en toe, heel af en toe heeft een mens het geluk dat hij het verleden hoort fluisteren. Het overkwam mij bij de voorbereiding van de Nacht van de Geschiedenis in Wetteren (23 maart 2010). Ik wilde zoveel mogelijk Wetterse getuigenissen over Arsène Goedertier verzamelen voor deze voorstelling.
Lucien De Winter van het Davidsfonds-Wetteren, organisator van de Nacht, signaleerde mij dat een vrouw van negentig zeer goed over de man kon vertellen. Marguerite Van Landuyt heette ze. Tot mijn verbazing had ze haar verhaal nog nooit publiekelijk verteld.
Van Landuyt woonde destijds om de hoek bij de familie Goedertier. Zo maakte ze, als veertienjarig meisje, de schokkende gebeurtenissen van 1934 en 1935 van op de eerste rij mee. Dat maakt haar getuigenis zeer fascinerend.
In het fragment hieronder vertelt ze hoe ze soms naar het bankkantoor van Arsène Goedertier gestuurd werd om er iets af te geven. We horen in het verhaal Goedertier, met al zijn fantasie, tot leven komen.

maandag 15 februari 2010

Antwerps spoor blijft duister

Patricia Den Tandt laat bij de onthulling van haar Antwerpse spoor nog niet in haar kaarten kijken. Gisteren publiceerde ze twee nieuwe fictieve brieven, de vorm die ze gekozen heeft om uiteindelijk aan te tonen dat De Rechtvaardige Rechters in de Sint-Laurentiuskerk in Antwerpen zit. Maar nieuwe elementen komen daarin niet naar boven.
In de brieven kruipt ze in de huid van Julienne Minne, de weduwe van hoofdverdachte Arsène Goedertier. Ze correspondeert met haar goede vriendin Maria Joliet. Die was ooit verloofd met een jong gestorven broer van Arsène Goedertier. Ze was ook de zuster van Oscar Joliet, een prominent geestelijke van het Gentse bisdom.
De volgende brief verschijnt op zondag 21 februari.
De Facebook-groep waarmee Patricia Den Tandt steun hoopt te vinden, voor haar theorie, telt ondertussen 72 leden.

zondag 7 februari 2010

Voorlaatste stap in Antwerpse theorie

Patricia Den Tandt is bezig met de voorlaatste stap in de publicatie van haar Antwerpse theorie. De vrouw uit Zulte, die al bijna vijftien jaar naar het gestolen paneel op zoek is, is ervan overtuigd De Rechtvaardige Rechters in de Sint-Laurentiuskerk in Antwerpen zit. Ze ontvouwt haar theorie op haar website in zeven stappen. Nu de zesde stap dus.
Ze focust daarbij op Julienne Minne, de weduwe van hoofdverdachte Arsène Goedertier. "Ik blijf erbij dat bij de meeste theorieën, de situatie en de persoon van Julienne te veel verwaarloosd zijn", schrijft ze vandaag op het Speurrforum, de website waar Lam Godsspeurders elkaar treffen. "Julienne bevond zich in een hopeloze, uitzichtloze en verschrikkelijke situatie!"
De voorbije weken reconstrueerde Den Tandt het leven van Minne na de dood van haar man aan de hand van fictieve brieven tussen haar en Marie Joliet. Joliet, zus van de latere hulpbisschop Oscar Joliet, was ooit verloofd geweest met Adhémar Goedertier, een broer van Arsène. Adhémar stierf jong, nog voor het huwelijk, maar zijn verloofde bleef deel uitmaken van de familie Goedertier.
De zesde stap is een langgerekte hink-stap-sprong. Zes brieven heeft Minne nu al geschreven, telkens met een antwoord van Joliet. De volgende brief wordt voor 14 februari aangekondigd.
Veel wijzer worden we er nog niet van maar ik signaleerde al dat Patricia Den Tandt iemand is om in de gaten te houden. Ze maakte indruk met haar onderzoek naar de financiële situatie van Arsène Goedertier, hoofdverdachte in deze zaak. Als eerste bracht ze een uitvoerige geschiedenis van Plantexel, het bedrijf van Arsène Goedertier dat van 1928 tot 1934 palmolieplantages exploiteerde in de toenmalige kolonie Congo.
Op het Speurrforum beloofde ze vandaag vuurwerk. Als haar zevende en laatste stap het niveau van het Plantexelonderzoek haalt, dan twijfelen we daar niet aan.

donderdag 4 februari 2010

De bom in Wetteren

Vorig jaar was het precies 75 jaar geleden dat De Rechtvaardige Rechters verdween. In 2010 hebben we opnieuw een belangrijke verjaardag in deze zaak. Op 12 en 13 mei 1935, ruim een jaar na de diefstal, lekte via de pers uit dat ene Arsène Goedertier uit Wetteren "de dader" was. In het kleine Wetteren, waar Goedertier koster, mutualiteitsvoorzitter en bankier-wisselagent was geweest, sloeg het nieuws in als een bom.
De Wetterse afdeling van het Davidsfonds wijdt dit jaar zijn Nacht van de Geschiedenis aan dit dramatische moment. Ze hebben mij gevraagd een voorstelling te creëren voor de Nacht (een avond eigenlijk). Op 23 maart, op het podium van CC Nova, ga ik een verkorte versie van het verhaal brengen dat ik tijdens de wandelingen Van Eyck vermist vertel, geïllustreerd met heel wat beelden, en vooral, aangevuld met Wetters materiaal dat vaak nog niet of nauwelijks bekend is. In het oude gerechtelijke dossier komen bijvoorbeeld verscheidene Wetterse getuigen aan het woord, die een goed beeld schetsen van de paranoia die door het dorp ging in die lente van 1935.
Ik heb ook het geluk gehad onlangs een negentigjarige Wetterse vrouw te interviewen, die Arsène Goedertier nog persoonlijk gekend heeft en zich nog enkele interessante gesprekken met hem herinnert. Het gesprek is gefilmd en zal tijdens de Nacht van de Geschiedenis te zien zijn. Binnenkort hier meer over deze getuige.

zaterdag 11 april 2009

75 jaar vermist - deel 3 (slot): Een Belgische JFK

Wat de precieze rol van Arsène Goedertier was in de diefstal en afpersing, weten we niet. Maar door zijn betrokkenheid heeft de zaak in elk geval iets merkwaardigs gekregen. Iets zeer merkwaardigs. Het bleek dat het Gentse bisdom Goedertier bijzonder goed kende. Hij was nog koster geweest in Wetteren, hij had daardoor goede contacten gehad met het personeel van de Sint-Baafskathedraal, en zelfs de bisschop wist zeer goed wie hij was. Toch lijkt Goedertier tijdens de afpersing geen enkele moeite te doen om zijn identiteit te verbergen.

Hij had overal in België geld van een rekening kunnen halen om een schrijfmachine te huren, maar hij doet dat uitgerekend in Gent, vlak naast het bisschoppelijk paleis dan nog, in de Gentse zetel van de Nationale Bank - de bisschop hoefde hij maar even zijn gordijn opzij te schuiven. De schrijfmachine ging Goedertier bovendien een straat verderop huren, eveneens in het zicht van de kathedraal. De diefstal was toen al gebeurd. Het leek wel alsof de Wetterse wisselagent geen schrik had herkend te worden.

Volgens de enen is dat niet vreemd. Verscheidene getuigen beschreven Goedertier als een excentriekeling, een man met veel fantasie die graag het hoge woord voerde, een megalomaan zelfs. Hij zou een groot liefhebber van detectiveverhalen geweest zijn, vooral van die met Arsène Lupin in de hoofdrol, de gentleman-inbreker die graag een kat-en-muisspel met de politie speelde en overal hints achterliet.

Anderen hebben een veel gedurfder verklaring. Goedertier hoefde helemaal geen schrik hebben herkend te worden, want hij maakte deel uit van een complot, een samenzwering waarin misschien zelfs hogere kringen participeerden, zeggen ze. De aanhangers van dit soort theorieën verwijzen daarbij graag naar de manier waarop het hele gerechtelijke onderzoek gevoerd is – of liever: niet gevoerd is.

Inderdaad, als we eens op een rijtje zetten wat de politie allemaal heeft verzuimd die uren, dagen en maanden na de diefstal, dan is surrealistisch toch het minste wat je kan zeggen. Om te beginnen was het sporenonderzoek in de kapel nauwelijks die naam waard. Van een buurtonderzoek was er al helemaal geen sprake. De bediende in het Brusselse Noordstation die het eerste gestolen paneel, Johannes De Doper, in ontvangst had genomen, is niet meteen ondervraagd. Bij de geldoverhandiging op 14 juni 1934 in een Antwerpse pastorie, het enige moment dat er contact is geweest met een van de betrokkenen, stelde de politie geen verdoken agenten op in de buurt. Een van de belangrijkste getuigen, de taxichauffeur die de verdachte naar de pastorie had gebracht, is pas zeven maanden later ondervraagd, de meid, de huishoudster en de zuster van de pastoor moesten zelfs helemaal geen verklaring afleggen.

Vijf maanden later zouden de drie personen die bij het sterfbed van Goedertier aanwezig waren, de kroongetuigen worden in deze zaak: nooit ondervraagd. Van de daaropvolgende huiszoeking bij Goedertier is geen enkel proces-verbaal gemaakt, laat staan dat er een huiszoekingsbevel was afgeleverd.

En dan komen we bij de schrijfmachine. Die had Goedertier inderdaad gehuurd, de winkelbediende heeft hem formeel herkend, maar dat betekende daarom nog niet dat Goedertier ook zelf de brieven had geschreven. Daarvoor moest de politie natuurlijk naar Goedertiers vingerafdrukken zoeken op de machine: nooit gebeurd. Na het hele onderzoek bleef de politie de machine, een van de belangrijkste bewijsstukken in de zaak, gewoon verder gebruiken om er pv’s op te tikken. En toen ze versleten was, belandde ze gewoon op de schroothoop.

Toeval of opzet? Nog moeilijk te zeggen na 75 jaar. Alle verhoudingen in acht genomen is de zaak van De Rechtvaardige Rechters een Belgische JFK geworden - met Arsène Goedertier in de rol van Lee Harvey Oswald. In beide zaken heb je twee grote kampen: zij die geloven dat de dader een zonderling was die alles op zijn eentje gedaan heeft, en zij die geloven dat hij slechts een pion was, een radertje in een veel groter verhaal.


75 jaar vermist - deel 1: Een gat in het Lam Gods.
75 jaar vermist - deel 2:
Het spoor naar Wetteren.

vrijdag 10 april 2009

75 jaar vermist - deel 2: Het spoor naar Wetteren

Die eerste maanden tastte de gerechtelijke politie volledig in het duister. Ze had geen enkel spoor, noch naar de dader of daders, noch naar het paneel. Tot 25 november 1934, ruim zeven maanden na de diefstal en bijna twee maanden na de laatste afpersingsbrief. Als een deus ex machina verscheen een verdachte op het toneel. Een dode verdachte.

Tijdens een politieke bijeenkomst in Dendermonde, een stadje op 30 kilometer van Gent, was een van de sprekers na zijn toespraak onwel geworden. Hij werd naar het huis van zijn schoonbroer, even verderop, gedragen en op een matras gelegd. Kort nadien overleed hij. In zijn laatste ogenblikken zou hij gezegd hebben dat hij alleen wist waar De Rechtvaardige Rechters was. “Het dossier van heel die zaak zult gij vinden in mijn klein bureel in de schuif rechts van de schrijftafel in een omslag Mututalité”, zou hij ook nog over zijn lippen gekregen hebben. Na een onderbreking vervolgde hij: “Dus gij weet waar het dossier is, en…” En toen was het afgelopen.

De onfortuinlijke man heette Arsène Goedertier, een 58-jarige wisselagent uit Wetteren, een dorp vlakbij Gent. In een envelop in een bureaulade in zijn kantoor werden de dubbels van de dertien afpersingsbrieven gevonden. In zijn portefeuille zat een biljet van het bagagedepot in het Gentse Sint-Pietersstation. Dat leidde niet naar De Rechtvaardige Rechters, wel naar een schrijfmachine, wellicht die waarmee de dertien brieven geschreven waren.

Tot vandaag blijft Arsène Goedertier onze hoofdverdachte. Maar nog steeds ontbreekt een sluitend bewijs tegen de man. Hij was betrokken bij de afpersing, daarover kan weinig twijfel meer bestaan, maar geen enkele onverdachte getuige heeft hem aan de diefstal kunnen linken.

Waarom was hij zeker bij de afpersing betrokken? Niet omdat de dubbels van de dertien brieven in zijn kantoor werden gevonden, want dat staat nergens officieel bevestigd (en de officieuze versies zitten vol tegenstrijdigheden). Wel omdat er nog een klad voor een veertiende brief in het dossier steekt, wellicht gevonden samen met de dubbels. De brief is met de hand geschreven, Goedertiers vroegere secretaresse heeft het handschrift formeel herkend als dat van haar voormalige werkgever.

Er is nog een tweede bewijs. De winkelbediende die de schrijfmachine uit het Sint-Pietersstation verhuurd had, herkende in een foto van Goedertier formeel de huurder van het toestel. Het Elite-lettertype van de machine komt overeen met dat van de brieven, maar proeven om helemaal zeker te zijn deed de politie niet. Nergens in het gerechtelijke dossier staat ook dat de vingerafdrukken van Goedertier op de schrijfmachine gevonden zijn.

Eén getuige heeft Goedertier de nacht van de diefstal gezien. Gentbruggenaar Cesar Aercus zag toen twee verdachte mannen bij de kathedraal, een van de mannen kwam met een “plank” onder de arm uit de kerk, de andere wachtte bij een auto. De auto startte niet, Aercus bood zijn hulp aan, maar een van de mannen stuurde hem wandelen met 50 frank. Die vrijgevige man was Arsène Goedertier, zegt Aercus.

Het probleem met deze getuigenis is dat Aercus zelf een inbreker was – hij wilde die bewuste nacht een slag slaan in de buurt van kathedraal – en dat hij pas begin jaren veertig, toen hij in de gevangenis zat, dus lang na de feiten, met zijn verhaal naar buiten kwam. Bovendien identificeerde hij Goedertier toen niet. Dat deed hij pas in de jaren vijftig in een gesprek met kanunnik Alidor Hulpiau, toen hij de Wetteraar aanduidde op een foto.

Wat was Goedertiers precieze rol in de hele zaak? Was hij alleen bij de afpersing betrokken? Was hij de dieven op het spoor gekomen en handelde hij als een soort bemiddelaar, zoals zijn familie beweerde? En natuurlijk: handelde hij alleen of had hij medeplichtigen? Allemaal vragen die 75 jaar na de feiten nog steeds niet opgelost zijn. Vooral die laatste vraag spreekt tot de verbeelding omdat ze in de Sint-Baafskathedraal zeer goed wisten wie Goedertier was.

75 jaar vermist - deel 3 (slot): Een Belgische JFK.

dinsdag 28 augustus 2007

Het spoor naar Laken

Was de diefstal van De Rechtvaardige Rechters het werk van een krankzinnige die in Albert I een nieuwe Christus zag? De Antwerpse politieagent Chris Noppe vermoedt van wel. Zes jaar na zijn opmerkelijke boek heeft Noppe nieuwe koninklijke bewijzen gevonden. De voorbije weken heeft hij ze aangekondigd via een mysterieuze website, waarop hij zich voordeed als de zoon van hoofdverdachte Arsène Goedertier.

Met een majestueuze zwenking klimt een jumbojet boven het koninklijk paleis. Een schitterend uitzicht van hier, het hoogste punt van het park van Laken. Terwijl een jogger eindeloos rondjes rond het monument voor Leopold I loopt, zie ik Chris Noppe over het glooiende grasveld de heuvel op komen. We hebben hier afgesproken voor het uitzicht. Niet dat op het paleis, maar het scheelt niet veel. Toen Noppe het twee jaar geleden voor het eerst zag, beleefde hij de schok van zijn leven.

Chris Noppe, politieagent in de Antwerpse Diamantwijk, haalde in 2001 de krantenkoppen toen hij de gestolen Rechtvaardige Rechters in de koninklijke crypte in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken situeerde, een steenworp hiervandaan. Op de landkaart had hij lijnen getrokken tussen de belangrijkste plaatsen van de Lam Gods-diefstal, vooral tussen de postkantoren in Gent, Brussel en Antwerpen waar de afpersingsbrieven waren afgestempeld: de lijnen sneden elkaar boven de crypte in Laken. Ten tijde van de diefstal, april 1934, was daar het graf in aanbouw van de koning die twee maanden voordien was omgekomen: Albert I.

Hoofdverdachte Arsène Goedertier was een psychopaat, dachten sommige speurders destijds al. Ook Noppe ziet in de Wetterse wisselagent een megalomane fantast wiens enorme bewondering voor Albert I uit de hand is gelopen. Had Goedertier het paneel bij zijn held verborgen? En had hij een code achtergelaten, misschien om zelf het raadsel te kunnen ophelderen en bewondering te oogsten, net zoals Arsène Lupin, zijn andere grote voorbeeld.

Noppes boek oogstte scepsis. Maar hij kreeg ook hulp. In 2004 wees een Antwerpse bedrijfsleider hem op de initialen van de afpersingsbrieven, D.U.A.: vervang de letters door cijfers en je krijgt 4.21.1. "Hij schreef het op als 4°21'1'': landscoördinaten. Natuurlijk! Dat ik daar niet eerder aan gedacht had!" Ze namen er meteen een kaart bij en zagen dat de D.U.A.-lijn dwars door Brussel liep, dwars door Laken zelfs, op amper een centimeter van de crypte, nauwelijks een paar honderd meter.

"Toen heb ik mijn onderzoek uitgebreid. Ik heb alles onderzocht in een straal van een paar kilometer rond de crypte. Tot ik hier in het park kwam en dit uitzicht zag, ongeveer op de D.U.A.-lijn. Ik begreep plots dat Goedertier met die lijn op de gelijkenissen heeft willen wijzen tussen het Lam Gods en het park van Laken.
"Alles is hier aanwezig. Op het middenpaneel zie je een fontein, een vijver, een kerktoren, en aan de horizon een stad, Jeruzalem. Hier ook: daar beneden aan de rand van het park de Sint-Annafontein, daarachter de vijver, de toren van de kerk van Laken, en aan de horizon Brussel. Het lam in het midden van het paneel, dat konden de schapen zijn die hier toen in het park rondliepen. En je hebt hier dezelfde soort glooiingen, dezelfde soort begroeiing.

"Bij Van Eyck loopt de centrale as op het middenpaneel van de fontein beneden naar de zon boven, door de vijver, met een kerktoren een klein beetje links van de as. Ik stond hier die eerste keer toen het precies middag was en alles klopte: ik keek richting Brussel, precies naar het zuiden, en de meridiaan liep dwars door de fontein, de vijver en de zon, met de kerk van Laken een beetje links van die meridiaan. Zo sterk dat je er op den duur zelf zou in gaan geloven. (lacht)

"Ik zeg dus niet dat Van Eyck het park van Laken heeft geschilderd maar in de ogen van Goedertier had Van Eyck zijn schildersezel hier opgesteld. Als katholiek en voormalig koster moet hij deze plaats gekend hebben. Vroeger was de Sint-Annafontein het belangrijkste bedevaartsoord in deze contreien. En op een paar kilometer van hier, in de Middaglijnstraat in Sint-Joost-ten-Node, kwam hij met zijn zoontje naar een oogarts, omdat die aan een oogkwaal leed. Het water van deze Sint-Annafontein was onder meer goed tegen oogkwalen, zei men toen.

"Goedertier wist dat Van Eyck zich op de Apocalyps had gebaseerd. Dat Bijbelboek beschrijft het einde van de wereld en terugkeer van Jezus Christus die de wereld redt. Goedertier moet geloofd hebben dat de Apocalyps de Eerste Wereldoorlog was. En Albert I heeft ons toen gered. Als Jezus terugkomt in mensengedaante kan dit volgens Goedertier in de gedaante van koning Albert I zijn gebeurd."

Ook alle elementen op de vier zijpanelen van het Lam Gods kon Goedertier hier terugvinden, zegt Noppe. "Achter De Rechtvaardige Rechters zelf zie je bijvoorbeeld een steile bergflank met daarboven een toren: achter ons ligt de Kattenberg, eveneens steil, en in het verlengde daarvan het Monument van de Dynastie, dat op die toren lijkt."

Chris Noppe wist ook dat D.U.A. op een bepaald moment de initialen A.N.S. wilde gebruiken. Een breedtegraad? 1°14'19"? "Laken ligt op 50 graden noorderbreedte. Met de initialen kom je er dus niet, het alfabet telt maar 26 letters. Dus heb ik eerst de cijfers van D.U.A. en A.N.S. bij elkaar opgeteld, dan kreeg je (0)5.35.20, ook dan kom je er niet. Behalve als je getallen omdraait, dan krijg je 50°53'02". Die breedtegraad loopt wel door Laken. D.U.A. en A.N.S. kruisen elkaar tussen de kerk van Laken en Sint-Annafontein. Wat vinden we bij Van Eyck tussen de fontein en de kerk: het lam zelf."
Vandaag ligt dat snijpunt midden in een woonwijk maar in 1934 was dat een braakliggend terrein. Het enige wat hier Noppes aandacht trok was een oude eik tussen de Tuinbouwersstraat en De Vrièrestraat. "Eik: Van Eyck? De eik was een belangrijk Keltisch symbool, even belangrijk als het lam in de christelijke symboliek. Misschien ligt daar wel iets begraven. Twee codes en twee bergplaatsen dus, net zoals bij Arsène Lupin: op de eerste plaats vonden ze een code voor de tweede plaats. De vraag is dus: wat ligt er begraven onder de eik en wat in het graf? Maar het belangrijkste voor mij is dat de gelijkenis tussen het Lam Gods en het Park van Laken aanvaard wordt en dat de autoriteiten vandaar voortzoeken. Er zijn zoveel indirecte bewijzen dat het kan geen toeval meer kan zijn."DUA

(gepubliceerd in De Morgen, 25 augustus 2007)

woensdag 8 juni 2005

Een Da Vinci-code naar De Rechtvaardige Rechters

Een halve eeuw zoekt Karel Mortier nu al naar De Rechtvaardige Rechters. Zopas publiceerde de gepensioneerde hoofdcommissaris zijn vierde boek over de Lam Gods-diefstal. Nog altijd is hij ervan overtuigd dat de Wetterse wisselagent Arsène Goedertier bij de zaak betrokken is, maar tegelijk zijn de vermoedens groot dat er hoge politieke belangen meespeelden.

"Maak mij daarover eens een analyse", zei de prof en hij gaf het dikke dossier aan de student. Eind jaren veertig zijn we dan, aan de Gentse universiteit. De prof was strafrechtspecialist C.J. Vanhoudt, advocaat-generaal aan het Gentse hof van beroep. Het dossier was dat van de De rechtvaardige rechters. De student heette Karel Mortier. Hij was dan nog maar pas in dienst bij de Gentse politie - hij zou er later hoofdcommissaris worden - en wilde criminologie studeren. De student zag dat het dossier één grote chaos was, onmogelijk om een eindwerk over te maken. Vanhoudt toonde begrip en gaf Mortier een andere opdracht, maar de student had de microbe te pakken. 

In 1956 begon Karel Mortier in zijn vrije uren het dossier rustig door te nemen, het begin van een monumentaal levenswerk dat nog altijd niet voltooid is. Een halve eeuw is de man nu al met zijn eigen onderzoek naar het verdwenen paneel bezig. Niemand kent het verhaal beter dan hij. Een verhaal dat begon in nacht van 10 op 11 april 1934, toen twee Lam Gods-panelen uit de Gentse Sint-Baafskathedraal verdwenen. Het bisdom ontving dertien met D.U.A. ondertekende afpersingsbrieven. Eén paneel werd terugbezorgd, Johannes de Doper. Het tweede, De Rechtvaardige Rechters, is nog altijd vermist.

Karel Mortier schreef samen met journalist Noël Kerckhaert drie boeken over het onderwerp. Het derde, Dossier Lam Gods, blies in 1994 de zaak nieuw leven in. Een nieuwe generatie onderzoekers raakte gepassioneerd. Na het overlijden van Kerckhaert ging Mortier alleen voort met zijn onderzoek.  Zopas publiceerde hij zijn vierde boek, De verdwenen rechters, een herwerking van de vorige drie, aangevuld met nieuwe elementen. 

De basis van Mortiers theorie blijft onveranderd. Er waren minstens twee personen bij de diefstal betrokken, zegt hij. Hij reconstrueerde de situatie in de Vijdkapel en kwam tot een duidelijke conclusie: als de diefstal door één persoon zou zijn uitgevoerd, dan bezat "die allicht de allures van de godheid Shiva met al haar armen".

Mortier is er ook van overtuigd dat Arsène Goedertier op zijn minst weet had van de afpersing en er mogelijk aan heeft meegewerkt. De Wetterse wisselagent overleed op 25 november 1934. Op zijn sterfbed zou hij aan zijn vriend, de advocaat en latere senator Georges De Vos, hebben gezegd dat alleen hij het paneel wist zijn. Bij Goedertier thuis zouden nadien de doorslagen van de dertien D.U.A.-brieven zijn gevonden.

In De verdwenen rechters maakt Mortier voor het eerst gewag van een verklaring uit 1973 van de ondertussen overleden kanunnik Alidor Hulpiau. Die blijkt begin jaren vijftig met kroongetuige Cesar Aercus te hebben gesproken, de man die op de bewuste nacht toevallig in de buurt van de kathedraal wilde inbreken en op dat moment twee mannen zag naast Sint-Baafs: een van de mannen kwam met een 'plank' onder de arm uit de kerk, de andere wachtte bij een auto. De auto startte niet, Aercus bood zijn hulp aan, maar de mannen stuurden hem wandelen met 50 frank. Kanunnik Hulpiau had tijdens zijn gesprek enkele foto's getoond en Aercus had er "direct, zonder Goedertier te kennen, deze uitgepikt, als de vrijgevige nachtelijke pechlijder". Een belangrijk nieuw element, de eerste getuige die Goedertier ook op de plaats van de diefstal signaleert. Alidor Hulpiaus neef onthulde vorig jaar in De Morgen dat de kanunnik de nacht van de diefstal toevallig ook voorbij de kathedraal was gepasseerd, maar niet aan Aercus' kant, en toen een "open kolenkar" met drie mannen erbij zag aan een zij-ingang van de kathedraal.

Arsène Goedertier wordt door zijn tijdgenoten als een bijzonder man omschreven, iemand met een rijke fantasie die overal wel een mening over had. "Valère Goedertier, die zijn broer Arsène zeer goed kende, typeert hem als 'een Da Vinci'", schrijft Mortier. "Voor sommigen wellicht slechts een stap om over te schakelen naar een 'Da Vinci-code' in de D.U.A.-brieven." Veel speurders menen dat in de afpersingsbrieven een code zit die naar de bergplaats leidt. Zover drijft Mortier het niet, maar uit een analyse van de brieven, en ook van latere verklaringen van onder meer Goedertier, komt hij tot de conclusie dat de dief De Rechtvaardige Rechters vermoedelijk in de kathedraal zelf heeft verstopt en Johannes de Doper mee naar huis nam. "Waar verberg je het best een boom? In het bos." Mogelijk zit het er nog, zegt Mortier. In 1996 liet hij zelf een fiberscooponderzoek uitvoeren in het kapittelhuis en op de doksalen. "Door kredietbeperking kon nog geen verder nazicht gerealiseerd worden."

Wat dreef de Wetterse wisselagent tot de diefstal? Zeker geen financiële problemen, stelt Mortier, want die had Goedertier toen niet. Hij vermoedt dat er hoge politieke belangen speelden. Tijdens de oorlog was het gerucht al opgedoken dat de familie van de katholieke toppoliticus Frans van Cauwelaert er iets mee te maken had gehad. Dat gerucht klopte, vernam Mortier in de jaren zestig, zowel van DeVlag-leider Jef Van de Wiele als van architect Max Winders. Goedertier zat vol politieke ambities en had connecties. Op zijn begrafenis was minister Edmond Rubbens aanwezig.  Mortier signaleert enerzijds "merkwaardige (mogelijk toevallige) analogieën" tussen het verloop van de Lam Gods-zaak en een "spraakmakende verwikkeling in de Katholieke Unie en haar aanverwante organisaties". Het gaat met name over zware problemen waarin de Bank-Unie van zoon Emiel van Cauwelaert in 1934 was terechtgekomen, problemen die de hoogste kringen fel verontrustten, stelt Mortier. Een van die "merkwaardige analogieën" is dat minister Frans van Cauwelaert op 26 november 1934, nauwelijks vijf dagen na de eedaflegging van de nieuwe regering-Theunis, zijn ontslag aanbood. Daags voordien was Goedertier overleden, na zijn 'biecht' bij Georges De Vos. De Vos was een goede bekende van Frans van Cauwelaert.

Anderzijds stelde Mortier vast dat de bisdommen in 1932 de reorganisatie van de katholieke partijstructuur zouden hebben gesteund, alle bisdommen behalve Gent. "Arsène, om bij Rubbens en zijn politieke milieu op een goed blaadje te blijven staan, zou dan - op zijn manier - gepoogd hebben toch te zorgen voor 'een bijdrage'." In beide verhalen, het verhaal-Van Cauwelaert en het verhaal-Rubbens, heeft Mortier evenwel "geen formele bewijzen gevonden over een binding met de kunstroof".

De verdwenen rechters is het resultaat van een zelden geziene gedrevenheid. Zo gedreven is Mortier dat hij soms alleen nog maar zijn eigen versie ziet en alles wat andere speurders naar boven halen snerend van tafel veegt, ook al zitten daar waardevolle elementen tussen. Dat belet niet dat Mortier de geschiedenis zal ingaan als de man die de zaak heeft gered. Zeventig jaar geleden heeft justitie er werkelijk niks van gebakken, een Belgisch verhaal. Mortier is dat onderzoek helemaal opnieuw begonnen en hij heeft daarbij cruciale documenten boven water kunnen halen. Als er vandaag nog hoop is dat het paneel ooit opduikt, dan is die hoop voor een groot stuk aan Mortier te danken.

De verdwenen rechters. Analyse van een kunstroof telt 364 blz., kost 22 euro en is uitgegeven bij Academia Press, Gent.

(gepubliceerd in De Morgen, op 8 juni 2005)