woensdag 17 november 2010
Wijzende mannen
woensdag 9 juni 2010
De kopie is de kopie

Het meer dan vijfhonderd jaar oude Lam

De kopie is geschilderd door toprestaurateur Jef Van der Veken (1872-1964). Hij begon er in 1939 aan, vijf jaar na de diefstal. Door de oorlog kon hij ze pas in 1945 afwerken.
Van der Veken smokkelde enkele afwijkingen in zijn kopie. Zo gaf hij een van de ruiters een gezicht dat veel wegheeft van Leopold III. Maar voor de rest is de gelijkenis tussen kopie en origineel verbluffend. Zo verbluffend dat sommigen er het (al dan niet deels overschilderde) origineel in zien. In 1974 ontstond daar voor het eerst hevige commotie rond. Schilder-restaurateur Jos Trotteyn, die sinds 1950 verantwoordelijk was voor de jaarlijkse reiniging van het Lam Gods, had gemerkt dat de ouderdomsbarstjes op de kopie zeer sterk op die van de andere panelen leken. Samen met zijn jongere collega Hugo De Putter stapte hij naar de pers. Binnen- en buitenlandse media meldden meteen dat de kopie wel eens het gestolen paneel kon zijn. Maar kort nadien verklaarden Trotteyn en De Putter dat ze zich vergist hadden.Wat ons bezoek aan het KIK helemaal mooi maakte, was dat we ook de originele lijst te zien kregen, de lijst waarin het originele paneel zat op het moment van de diefstal. Bovenaan op de lijst zijn duidelijk inkepingen te zien, sporen van een klein instrument, mogelijk een schroevendraaier of beitel, waarmee de dief of dieven wellicht de ijzeren lat die op het hout lag, hebben verwijderd.
donderdag 9 april 2009
75 jaar vermist - deel 1: Een gat in het Lam Gods
Dinsdag 10 april 1934, 23.15 uur. Een 57-jarige vrouw die vlakbij de Gentse Sint-Baafskathedraal woont, ziet bij een avondwandeling iets verdachts. Uit een van de zijkapellen van de kerk, de Vijdkapel, komt lichtschijnsel. De weerkaatsing van de straatverlichting? Of komt het licht van binnen? Enkele uren later, iets vóór 5.30 uur, doet een andere buurvrouw een nog vreemdere ontdekking. Ze woont al veertig jaar de vroegmis in Sint-Baafs bij maar die woensdagochtend vindt ze bij haar aankomst de zijdeur van de kerk al op een kier staan. Onderkoster Oscar Van Bouchaute doet meteen zijn ronde, gaat ook in de Vijdkapel kijken, want daar bevindt zich het wereldberoemde Lam Gods, maar alles lijkt normaal: de kapeldeur is gewoon dicht, voor het drieluik hangt nog steeds het beschermende doek dat de avond voordien is aangebracht.

Pas anderhalf uur later, wanneer Van Bouchaute de Vijdkapel voor het publiek opent en het doek ophaalt, heeft hij door welke verschrikkelijke feiten zich de voorbije nacht hebben afgespeeld. In het Lam Gods gaapt een groot gat: hij kijkt dwars door het linkerluik. De twee panelen die daar rug aan rug hebben gezeten, De Rechtvaardige Rechters en Johannes De Doper, zijn verdwenen.
De dader of daders laten lang niets van zich horen. Pas op 1 mei, drie weken na de diefstal, ontvangt de Gentse bisschop een Franstalige brief die met een schrijfmachine is geschreven en met de letters D.U.A. is ondertekend. D.U.A. wil eerst Johannes De Doper teruggeven, als bewijs dat hij de panelen bezit, en eist voor De Rechtvaardige Rechters 1 miljoen Belgische frank (25.000 euro), bijzonder veel geld voor die tijd.
D.U.A. zal uiteindelijk dertien van die brieven schrijven, gespreid over ruim vijf maanden. Bij de derde brief zit een biljet van het bagagedepot van het Brusselse Noordstation. De gerechtelijke politie, die de zaak ondertussen in handen heeft genomen, krijgt in ruil voor het biljet een groot pak: het eerste paneel, Johannes De Doper, is terecht. Bij de volgende brief geeft D.U.A. het adres van een Antwerpse pastoor. Daar moet het losgeld overhandigd worden.
Op 14 juni dient zich bij de pastoor een taxichauffeur aan. Hij is gestuurd om een pakje op te halen, zegt hij. De meid van de pastoor ziet van achter het gordijn dat in de taxi een man zit te wachten. De chauffeur krijgt het pakje, geeft het aan zijn klant en maakt rechtsomkeert. Het is de eerste en meteen ook laatste keer dat we zo dicht bij een van de betrokkenen komen.

Vanaf nu loopt alles definitief in het honderd. In het pakje dat de taxichauffeur heeft meegekregen, zit slechts 25.000 frank – het gerecht hoopt D.U.A. daarmee aan het lijntje te houden in de hoop dat hij een fout maakt. D.U.A.’s toon slaat nu helemaal om. Hij schrijft ellenlange epistels, smeekt de bisschop bijna het losgeld te betalen, verlaagt het bedrag zelfs tot de helft. Op geen enkel moment dreigt hij De Rechtvaardige Rechters te beschadigen of vernietigen.
woensdag 4 maart 2009
Nu al gefeliciteerd
11 april was het, 7 uur ’s ochtends. Oscar Van Bouchaute, suisse van de Sint-Baafskathedraal, haalde zoals elke ochtend het doek voor het Lam
Gods op. Niet één maar twee tellen moet zijn hart toen hebben overgeslagen. Hij zag groen waar geen groen hoorde te zitten – groen van het gras op het centrale luik, het luik dat verborgen zat achter de gesloten zijluiken. Hij wist meteen wat er aan de hand was. Hij keek dwars door het linkerluik. Een gat in Het Lam Gods. Twee panelen waren verdwenen.

Straks is de diefstal van De Rechtvaardige Rechters precies 75 jaar oud, een goeie maand nog - voor herdenkingsfetisjisten: ergens tussen 19 uur en 7 uur moet het allemaal gebeurd zijn, tussen het moment dat Sint-Baafs na het lof van half zeven gesloten werd, en het moment dat de suisse bijna zijn beroerte kreeg.
De verjaardag zal niet onopgemerkt voorbijgaan, daar kan je gif op innemen. Niet dat deze kunstroof, de grootste van de vorige eeuw, afgeronde getallen nodig heeft om de krantenkoppen te halen. Elke twee, drie jaar, in tijden van journalistieke laagconjunctuur soms zelfs jaarlijks, voelt zich wel iemand geroepen om de zaak op te lossen, de dader te ontmaskeren, de bergplaats aan te duiden. Koud kunstje eigenlijk. Internet maakt het would be Van Ins tegenwoordig makkelijk om een behoorlijk theorietje in elkaar te knutselen (Van In lost zijn misdaden ook tussen pot en pint op). De media bijten meestal meteen. Of het paneel nu wel of niet in het Belgisch parlement verborgen ligt, doet er niet zoveel toe, als het maar verkoopt (er zijn natuurlijk redacties die wel wat kritischer willen zijn, maar die hebben daar het volk niet meer voor).
Driekwart eeuw dus. De gekte hadden we al, het zal nu alleen nog wat gekker worden - dat zijn nu eenmaal de regels van het grootste gezelschapsspel van België.
Eén zaak staat vast. De volgende theorie zal de goede zijn. De volgende Van In zal gelijk hebben. Ongelijk ook, dat wel, maar toch evenzeer, en dat is niet min, gelijk. De speurders hebben er indertijd zo een potje van gemaakt dat er nauwelijks zekerheden zijn in deze zaak, nauwelijks feiten die minstens door een tweede onafhankelijke bron bevestigd worden. Dat er twee panelen gestolen zijn, dat weten we zeker, en dat er eentje is teruggekeerd, dat ook, en dat een zekere Arsène Goedertier herkend is in de Gentse Vlaanderenstraat toen hij de schrijfmachine huurde waarmee hoogstwaarschijnlijk – zelfs dat weten we niet zeker, de politie heeft de machine met het schroot meegegeven - de afpersingsbrieven zijn geschreven, dat ook. Maar daar houdt het zowat op. Daar begint het rijk van de hypothese, de speculatie, de fantasie, de Van Ins, de krantenkoppen. Als straks weer iemand het licht heeft gezien, dan zijn er nauwelijks argumenten om die man of vrouw weer naar aarde terug te brengen. Dan kunnen we niet zeggen: “Meneer (of mevrouw), this is Houston, u hebt ongelijk want Arsène Goedertier is zeker nooit in het parlement geweest.”
Als u dus vindt dat uw vijftien minuten roem zijn aangebroken, en u kunt een beetje met het World Wide Web overweg, dan is dit uw kans. Niemand zal u van antwoord kunnen dienen. U hebt nu al gelijk. Nu al gefeliciteerd.



