Posts tonen met het label Cesar Aercus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cesar Aercus. Alle posts tonen

maandag 11 april 2011

Met de Rechtvaardige Rechters in de regen?

Het is vandaag precies 77 jaar geleden dat de diefstal van De Rechtvaardige Rechters is vastgesteld. In de loop van de nacht waren onbekenden er met twee panelen van het wereldberoemde Lam Gods vandoor gegaan. Nu hier ik overal blote benen en teensletsen op straat zie, vraag ik mij af: waren 10 en 11 april 1934 ook zulke stralende lentedagen?
Volgens gegevens die we bij het KMI hebben opgevraagd, was het de ochtend van 10 april 1934 nevelig tot zwaarbewolkt in de streek van Gent, met opklaringen in de namiddag en lichte regen tijdens de nacht van 10 op 11 april. Een typisch Belgische lentedag. De gemeten minimumtemperatuur was 1°C, in de namiddag steeg het kwik naar 14°C.
Op 11 april noteerde het KMI in Gent een betrokken hemel, met lichte regen 's morgens en opklaringen in de namiddag, met temperaturen tussen 3°C en 22°C. Stralend lenteweertje. Al zullen ze daar bij de politie en het bisdom weinig oog voor gehad hebben.
Wat mij vooral nieuwsgierig maakt is die regen in de nacht en de vroege ochtend. Heeft die een rol gespeeld? In het weerbericht in de krant Het Laatste Nieuws waren voor 10 april "gematigde tot vrij sterke winden uit veranderlijke richting, maar vooral uit het Noorden" aangekondigd, en ook "afwisselende regenvlagen" en "onweersbuien". Dat lijkt mij geen evident vooruitzicht als je van plan bent die nacht met een paar panelen van een van Europa's grootste kunstwerken naar buiten te komen, ook al zijn de planken goed ingepakt.
Mogelijk was het droog op het moment dat men naar buiten is gekomen. Rond 1 uur of 1.30 uur zijn twee verdachte mannen met een plank gesignaleerd naast de Sint-Baafskathedraal. Rond die tijd merkte René Gussé, een spoorwegbediende, elders in de stad een verdacht voertuig op. "Het was schoon droog weder", staat in zijn verklaring aan de politie. Alleen zijn we niet zeker van het hele verhaal van die twee verdachte mannen naast de kathedraal en dus ook niet van het tijdstip omdat de getuige, Cesar Aercus, zelf een inbreker was en negen jaar heeft gewacht om met zijn verhaal naar de politie te stappen.
Als je op de zoekmachine Wolfram Alpha het weer in Gent op 11 april 1934 opvraagt, dan krijg je een hele reeks interessante grafiekjes te zien. Een van die grafiekjes toont dat de nacht droog bleef en dat het pas van 7 tot 10 uur regende.

vrijdag 10 april 2009

75 jaar vermist - deel 2: Het spoor naar Wetteren

Die eerste maanden tastte de gerechtelijke politie volledig in het duister. Ze had geen enkel spoor, noch naar de dader of daders, noch naar het paneel. Tot 25 november 1934, ruim zeven maanden na de diefstal en bijna twee maanden na de laatste afpersingsbrief. Als een deus ex machina verscheen een verdachte op het toneel. Een dode verdachte.

Tijdens een politieke bijeenkomst in Dendermonde, een stadje op 30 kilometer van Gent, was een van de sprekers na zijn toespraak onwel geworden. Hij werd naar het huis van zijn schoonbroer, even verderop, gedragen en op een matras gelegd. Kort nadien overleed hij. In zijn laatste ogenblikken zou hij gezegd hebben dat hij alleen wist waar De Rechtvaardige Rechters was. “Het dossier van heel die zaak zult gij vinden in mijn klein bureel in de schuif rechts van de schrijftafel in een omslag Mututalité”, zou hij ook nog over zijn lippen gekregen hebben. Na een onderbreking vervolgde hij: “Dus gij weet waar het dossier is, en…” En toen was het afgelopen.

De onfortuinlijke man heette Arsène Goedertier, een 58-jarige wisselagent uit Wetteren, een dorp vlakbij Gent. In een envelop in een bureaulade in zijn kantoor werden de dubbels van de dertien afpersingsbrieven gevonden. In zijn portefeuille zat een biljet van het bagagedepot in het Gentse Sint-Pietersstation. Dat leidde niet naar De Rechtvaardige Rechters, wel naar een schrijfmachine, wellicht die waarmee de dertien brieven geschreven waren.

Tot vandaag blijft Arsène Goedertier onze hoofdverdachte. Maar nog steeds ontbreekt een sluitend bewijs tegen de man. Hij was betrokken bij de afpersing, daarover kan weinig twijfel meer bestaan, maar geen enkele onverdachte getuige heeft hem aan de diefstal kunnen linken.

Waarom was hij zeker bij de afpersing betrokken? Niet omdat de dubbels van de dertien brieven in zijn kantoor werden gevonden, want dat staat nergens officieel bevestigd (en de officieuze versies zitten vol tegenstrijdigheden). Wel omdat er nog een klad voor een veertiende brief in het dossier steekt, wellicht gevonden samen met de dubbels. De brief is met de hand geschreven, Goedertiers vroegere secretaresse heeft het handschrift formeel herkend als dat van haar voormalige werkgever.

Er is nog een tweede bewijs. De winkelbediende die de schrijfmachine uit het Sint-Pietersstation verhuurd had, herkende in een foto van Goedertier formeel de huurder van het toestel. Het Elite-lettertype van de machine komt overeen met dat van de brieven, maar proeven om helemaal zeker te zijn deed de politie niet. Nergens in het gerechtelijke dossier staat ook dat de vingerafdrukken van Goedertier op de schrijfmachine gevonden zijn.

Eén getuige heeft Goedertier de nacht van de diefstal gezien. Gentbruggenaar Cesar Aercus zag toen twee verdachte mannen bij de kathedraal, een van de mannen kwam met een “plank” onder de arm uit de kerk, de andere wachtte bij een auto. De auto startte niet, Aercus bood zijn hulp aan, maar een van de mannen stuurde hem wandelen met 50 frank. Die vrijgevige man was Arsène Goedertier, zegt Aercus.

Het probleem met deze getuigenis is dat Aercus zelf een inbreker was – hij wilde die bewuste nacht een slag slaan in de buurt van kathedraal – en dat hij pas begin jaren veertig, toen hij in de gevangenis zat, dus lang na de feiten, met zijn verhaal naar buiten kwam. Bovendien identificeerde hij Goedertier toen niet. Dat deed hij pas in de jaren vijftig in een gesprek met kanunnik Alidor Hulpiau, toen hij de Wetteraar aanduidde op een foto.

Wat was Goedertiers precieze rol in de hele zaak? Was hij alleen bij de afpersing betrokken? Was hij de dieven op het spoor gekomen en handelde hij als een soort bemiddelaar, zoals zijn familie beweerde? En natuurlijk: handelde hij alleen of had hij medeplichtigen? Allemaal vragen die 75 jaar na de feiten nog steeds niet opgelost zijn. Vooral die laatste vraag spreekt tot de verbeelding omdat ze in de Sint-Baafskathedraal zeer goed wisten wie Goedertier was.

75 jaar vermist - deel 3 (slot): Een Belgische JFK.

woensdag 8 juni 2005

Een Da Vinci-code naar De Rechtvaardige Rechters

Een halve eeuw zoekt Karel Mortier nu al naar De Rechtvaardige Rechters. Zopas publiceerde de gepensioneerde hoofdcommissaris zijn vierde boek over de Lam Gods-diefstal. Nog altijd is hij ervan overtuigd dat de Wetterse wisselagent Arsène Goedertier bij de zaak betrokken is, maar tegelijk zijn de vermoedens groot dat er hoge politieke belangen meespeelden.

"Maak mij daarover eens een analyse", zei de prof en hij gaf het dikke dossier aan de student. Eind jaren veertig zijn we dan, aan de Gentse universiteit. De prof was strafrechtspecialist C.J. Vanhoudt, advocaat-generaal aan het Gentse hof van beroep. Het dossier was dat van de De rechtvaardige rechters. De student heette Karel Mortier. Hij was dan nog maar pas in dienst bij de Gentse politie - hij zou er later hoofdcommissaris worden - en wilde criminologie studeren. De student zag dat het dossier één grote chaos was, onmogelijk om een eindwerk over te maken. Vanhoudt toonde begrip en gaf Mortier een andere opdracht, maar de student had de microbe te pakken. 

In 1956 begon Karel Mortier in zijn vrije uren het dossier rustig door te nemen, het begin van een monumentaal levenswerk dat nog altijd niet voltooid is. Een halve eeuw is de man nu al met zijn eigen onderzoek naar het verdwenen paneel bezig. Niemand kent het verhaal beter dan hij. Een verhaal dat begon in nacht van 10 op 11 april 1934, toen twee Lam Gods-panelen uit de Gentse Sint-Baafskathedraal verdwenen. Het bisdom ontving dertien met D.U.A. ondertekende afpersingsbrieven. Eén paneel werd terugbezorgd, Johannes de Doper. Het tweede, De Rechtvaardige Rechters, is nog altijd vermist.

Karel Mortier schreef samen met journalist Noël Kerckhaert drie boeken over het onderwerp. Het derde, Dossier Lam Gods, blies in 1994 de zaak nieuw leven in. Een nieuwe generatie onderzoekers raakte gepassioneerd. Na het overlijden van Kerckhaert ging Mortier alleen voort met zijn onderzoek.  Zopas publiceerde hij zijn vierde boek, De verdwenen rechters, een herwerking van de vorige drie, aangevuld met nieuwe elementen. 

De basis van Mortiers theorie blijft onveranderd. Er waren minstens twee personen bij de diefstal betrokken, zegt hij. Hij reconstrueerde de situatie in de Vijdkapel en kwam tot een duidelijke conclusie: als de diefstal door één persoon zou zijn uitgevoerd, dan bezat "die allicht de allures van de godheid Shiva met al haar armen".

Mortier is er ook van overtuigd dat Arsène Goedertier op zijn minst weet had van de afpersing en er mogelijk aan heeft meegewerkt. De Wetterse wisselagent overleed op 25 november 1934. Op zijn sterfbed zou hij aan zijn vriend, de advocaat en latere senator Georges De Vos, hebben gezegd dat alleen hij het paneel wist zijn. Bij Goedertier thuis zouden nadien de doorslagen van de dertien D.U.A.-brieven zijn gevonden.

In De verdwenen rechters maakt Mortier voor het eerst gewag van een verklaring uit 1973 van de ondertussen overleden kanunnik Alidor Hulpiau. Die blijkt begin jaren vijftig met kroongetuige Cesar Aercus te hebben gesproken, de man die op de bewuste nacht toevallig in de buurt van de kathedraal wilde inbreken en op dat moment twee mannen zag naast Sint-Baafs: een van de mannen kwam met een 'plank' onder de arm uit de kerk, de andere wachtte bij een auto. De auto startte niet, Aercus bood zijn hulp aan, maar de mannen stuurden hem wandelen met 50 frank. Kanunnik Hulpiau had tijdens zijn gesprek enkele foto's getoond en Aercus had er "direct, zonder Goedertier te kennen, deze uitgepikt, als de vrijgevige nachtelijke pechlijder". Een belangrijk nieuw element, de eerste getuige die Goedertier ook op de plaats van de diefstal signaleert. Alidor Hulpiaus neef onthulde vorig jaar in De Morgen dat de kanunnik de nacht van de diefstal toevallig ook voorbij de kathedraal was gepasseerd, maar niet aan Aercus' kant, en toen een "open kolenkar" met drie mannen erbij zag aan een zij-ingang van de kathedraal.

Arsène Goedertier wordt door zijn tijdgenoten als een bijzonder man omschreven, iemand met een rijke fantasie die overal wel een mening over had. "Valère Goedertier, die zijn broer Arsène zeer goed kende, typeert hem als 'een Da Vinci'", schrijft Mortier. "Voor sommigen wellicht slechts een stap om over te schakelen naar een 'Da Vinci-code' in de D.U.A.-brieven." Veel speurders menen dat in de afpersingsbrieven een code zit die naar de bergplaats leidt. Zover drijft Mortier het niet, maar uit een analyse van de brieven, en ook van latere verklaringen van onder meer Goedertier, komt hij tot de conclusie dat de dief De Rechtvaardige Rechters vermoedelijk in de kathedraal zelf heeft verstopt en Johannes de Doper mee naar huis nam. "Waar verberg je het best een boom? In het bos." Mogelijk zit het er nog, zegt Mortier. In 1996 liet hij zelf een fiberscooponderzoek uitvoeren in het kapittelhuis en op de doksalen. "Door kredietbeperking kon nog geen verder nazicht gerealiseerd worden."

Wat dreef de Wetterse wisselagent tot de diefstal? Zeker geen financiële problemen, stelt Mortier, want die had Goedertier toen niet. Hij vermoedt dat er hoge politieke belangen speelden. Tijdens de oorlog was het gerucht al opgedoken dat de familie van de katholieke toppoliticus Frans van Cauwelaert er iets mee te maken had gehad. Dat gerucht klopte, vernam Mortier in de jaren zestig, zowel van DeVlag-leider Jef Van de Wiele als van architect Max Winders. Goedertier zat vol politieke ambities en had connecties. Op zijn begrafenis was minister Edmond Rubbens aanwezig.  Mortier signaleert enerzijds "merkwaardige (mogelijk toevallige) analogieën" tussen het verloop van de Lam Gods-zaak en een "spraakmakende verwikkeling in de Katholieke Unie en haar aanverwante organisaties". Het gaat met name over zware problemen waarin de Bank-Unie van zoon Emiel van Cauwelaert in 1934 was terechtgekomen, problemen die de hoogste kringen fel verontrustten, stelt Mortier. Een van die "merkwaardige analogieën" is dat minister Frans van Cauwelaert op 26 november 1934, nauwelijks vijf dagen na de eedaflegging van de nieuwe regering-Theunis, zijn ontslag aanbood. Daags voordien was Goedertier overleden, na zijn 'biecht' bij Georges De Vos. De Vos was een goede bekende van Frans van Cauwelaert.

Anderzijds stelde Mortier vast dat de bisdommen in 1932 de reorganisatie van de katholieke partijstructuur zouden hebben gesteund, alle bisdommen behalve Gent. "Arsène, om bij Rubbens en zijn politieke milieu op een goed blaadje te blijven staan, zou dan - op zijn manier - gepoogd hebben toch te zorgen voor 'een bijdrage'." In beide verhalen, het verhaal-Van Cauwelaert en het verhaal-Rubbens, heeft Mortier evenwel "geen formele bewijzen gevonden over een binding met de kunstroof".

De verdwenen rechters is het resultaat van een zelden geziene gedrevenheid. Zo gedreven is Mortier dat hij soms alleen nog maar zijn eigen versie ziet en alles wat andere speurders naar boven halen snerend van tafel veegt, ook al zitten daar waardevolle elementen tussen. Dat belet niet dat Mortier de geschiedenis zal ingaan als de man die de zaak heeft gered. Zeventig jaar geleden heeft justitie er werkelijk niks van gebakken, een Belgisch verhaal. Mortier is dat onderzoek helemaal opnieuw begonnen en hij heeft daarbij cruciale documenten boven water kunnen halen. Als er vandaag nog hoop is dat het paneel ooit opduikt, dan is die hoop voor een groot stuk aan Mortier te danken.

De verdwenen rechters. Analyse van een kunstroof telt 364 blz., kost 22 euro en is uitgegeven bij Academia Press, Gent.

(gepubliceerd in De Morgen, op 8 juni 2005)