11 april was het, 7 uur ’s ochtends. Oscar Van Bouchaute, suisse van de Sint-Baafskathedraal, haalde zoals elke ochtend het doek voor het Lam
Gods op. Niet één maar twee tellen moet zijn hart toen hebben overgeslagen. Hij zag groen waar geen groen hoorde te zitten – groen van het gras op het centrale luik, het luik dat verborgen zat achter de gesloten zijluiken. Hij wist meteen wat er aan de hand was. Hij keek dwars door het linkerluik. Een gat in Het Lam Gods. Twee panelen waren verdwenen.

Straks is de diefstal van De Rechtvaardige Rechters precies 75 jaar oud, een goeie maand nog - voor herdenkingsfetisjisten: ergens tussen 19 uur en 7 uur moet het allemaal gebeurd zijn, tussen het moment dat Sint-Baafs na het lof van half zeven gesloten werd, en het moment dat de suisse bijna zijn beroerte kreeg.
De verjaardag zal niet onopgemerkt voorbijgaan, daar kan je gif op innemen. Niet dat deze kunstroof, de grootste van de vorige eeuw, afgeronde getallen nodig heeft om de krantenkoppen te halen. Elke twee, drie jaar, in tijden van journalistieke laagconjunctuur soms zelfs jaarlijks, voelt zich wel iemand geroepen om de zaak op te lossen, de dader te ontmaskeren, de bergplaats aan te duiden. Koud kunstje eigenlijk. Internet maakt het would be Van Ins tegenwoordig makkelijk om een behoorlijk theorietje in elkaar te knutselen (Van In lost zijn misdaden ook tussen pot en pint op). De media bijten meestal meteen. Of het paneel nu wel of niet in het Belgisch parlement verborgen ligt, doet er niet zoveel toe, als het maar verkoopt (er zijn natuurlijk redacties die wel wat kritischer willen zijn, maar die hebben daar het volk niet meer voor).
Driekwart eeuw dus. De gekte hadden we al, het zal nu alleen nog wat gekker worden - dat zijn nu eenmaal de regels van het grootste gezelschapsspel van België.
Eén zaak staat vast. De volgende theorie zal de goede zijn. De volgende Van In zal gelijk hebben. Ongelijk ook, dat wel, maar toch evenzeer, en dat is niet min, gelijk. De speurders hebben er indertijd zo een potje van gemaakt dat er nauwelijks zekerheden zijn in deze zaak, nauwelijks feiten die minstens door een tweede onafhankelijke bron bevestigd worden. Dat er twee panelen gestolen zijn, dat weten we zeker, en dat er eentje is teruggekeerd, dat ook, en dat een zekere Arsène Goedertier herkend is in de Gentse Vlaanderenstraat toen hij de schrijfmachine huurde waarmee hoogstwaarschijnlijk – zelfs dat weten we niet zeker, de politie heeft de machine met het schroot meegegeven - de afpersingsbrieven zijn geschreven, dat ook. Maar daar houdt het zowat op. Daar begint het rijk van de hypothese, de speculatie, de fantasie, de Van Ins, de krantenkoppen. Als straks weer iemand het licht heeft gezien, dan zijn er nauwelijks argumenten om die man of vrouw weer naar aarde terug te brengen. Dan kunnen we niet zeggen: “Meneer (of mevrouw), this is Houston, u hebt ongelijk want Arsène Goedertier is zeker nooit in het parlement geweest.”
Als u dus vindt dat uw vijftien minuten roem zijn aangebroken, en u kunt een beetje met het World Wide Web overweg, dan is dit uw kans. Niemand zal u van antwoord kunnen dienen. U hebt nu al gelijk. Nu al gefeliciteerd.