woensdag 8 september 2010

Wat verraden de brieven van D.U.A.? (1)

De komende maanden leggen we de afpersingsbrieven van de mysterieuze D.U.A. onder de loep, de brieven die wellicht door Arsène Goedertier naar bisschop Coppieters zijn gestuurd. Ze behoren tot de weinige betrouwbare getuigenissen in deze zaak. Maar vertellen ze ook iets over de afperser? Verraden ze iets over het motief? Over de bergplaats van De Rechtvaardige Rechters? Vandaag de eerste brief. (Onderaan vindt u telkens de volledige versie van de brief.)

"Monseigneur, Wij hebben het voorrecht u te laten weten dat wij over de twee schilderijen van Van Eyck beschikken, die uit de hoofdkerk van uw stad zijn geroofd." Zo begint de afpersing in de grootste kunstroofzaak van de 20e eeuw. De eerste brief wordt op 30 april 1934 verstuurd vanuit Antwerpen, dat is bijna drie weken na de diefstal. Hij is, net zoals alle volgende, in het Frans geschreven, met veel taalfouten (het lijkt soms meer Vlaams dan Frans), op een schrijfmachine, met veel tikfouten, en ondertekend met de hoofdletters D.U.A.

In deze brief laat D.U.A. weten dat hij over de twee gestolen panelen beschikt. Eerst wil hij Johannes de Doper terugbezorgen. Vervolgens wil hij 1 miljoen Belgische frank ontvangen, daarna bezorgt hij De Rechtvaardige Rechters terug. De bisschop moet de onderhandelingen geheim houden en het onderzoek naar de diefstal laten stopzetten. Het antwoord wil D.U.A. lezen als zoekertje in de krant La Dernière Heure van 14 en 15 mei. Als de bisschop niet op zijn eisen ingaat, dan leidt dat "automatisch" tot "de definitieve en onherstelbare vernietiging." Meer nog, "elke verloren dag verhoogt het gevaar op beschadiging van de schilderijen."

Het eerste wat opvalt is dat D.U.A. niet zegt dat hij de dief is, alleen dat hij over de gestolen panelen "beschikt" ("nous disposons"). Hij wil niet uitleggen hoe de buit bij hem is terechtgekomen maar "het is op zo’n verwarde wijze gebeurd dat de plaats waar het kostbaarste van de twee werken rust, inderdaad slechts door EEN persoon gekend is. Daar heeft u de enige zaak die u moet interesseren, want ze draagt verschrikkelijke mogelijkheden in zich."

Al in derde zin van deze eerste brief voelt D.U.A. de behoefte iets los te laten over de plaats waar het paneel De Rechtvaardige Rechters "rust" ("repose") – alsof hij zich nauwelijks kan bedwingen. Slechts één persoon kent de bergplaats, en "une" staat in kapitalen, de enige keer in de hele briefwisseling dat hij hoofdletters gebruikt (op de ondertekening na). De zin is zo opgebouwd dat er een verband is: het is doordat de verwerving verward verliep, dat slechts één persoon de bergplaats kent. Met andere woorden: het was misschien niet echt de bedoeling dat slechts één persoon de bergplaats kende – het geeft niet meteen een indruk van stevige organisatie.

Het is ook de bergplaats van slechts één paneel, De Rechtvaardige Rechters. Als dit klopt, dan bevinden de twee panelen zich op 30 april, wanneer de brief vertrekt, zich al niet meer op dezelfde plaats. En het impliceert ook dat de bergplaats van Johannes de Doper door meerdere personen is gekend.

Dat slechts één persoon weet waar De Rechtvaardige Rechters zich bevindt, houdt "verschrikkelijke mogelijkheden" in. De meest waarschijnlijke interpretatie is dat het leven van die persoon in gevaar is (ik zie niet zoveel andere mogelijkheden die "verschrikkelijk" zijn). Dat die persoon D.U.A. zelf is, staat er overigens niet expliciet bij.

De enige taak van een afpersingbrief is kenbaar te maken wat de eisen zijn en wat er gebeurt als op de eisen niet wordt ingegaan. We kunnen niet zeggen dat D.U.A. zich tot die essentie beperkt. Hij heeft veel woorden nodig. De brief hangt scheef van de gezwollen frases. Dat valt vooral op in de passage waarin hij de bisschop op zijn verantwoordelijkheid wijst – ook zonder die passage zal Coppieters wil beseffen dat hij voor een loodzware keuze staat.

D.U.A. komt ook niet meteen terzake. Eerst wil hij iets kwijt over de "verwarde" verwerving van de panelen en de bergplaats die slechts één persoon kent. Pas in de derde paragraaf ontvouwt hij zijn eisen. En pas helemaal op het einde van de brief dreigt hij met "beschadiging" en "vernietiging", zonder duidelijk te maken hoe dat precies zal gebeuren. Zo concreet zijn geldeisen zijn, zo vaag blijven zijn dreigementen.

D.U.A. uit eigenlijk drie dreigementen in deze brief: slechts één persoon kent de bergplaats van De Rechtvaardige Rechters, uitstel betekent beschadiging van beide panelen, en weigering betekent vernietiging van beide panelen. Als de volgorde in de brief een indicatie is van het belang dat D.U.A. aan elk van de dreigementen hecht, dan zou je kunnen besluiten dat hij het eerste dreigement veel belangrijker vindt; hij benadrukt het trouwens nog eens: "Daar heeft u de enige zaak die u moet interesseren." Met andere woorden: het risico dat voortvloeit uit het feit dat slechts één persoon de bergplaats kent, is veel groter dan de mogelijke "beschadiging" en "vernietiging." Betekent dit dat het leven van die persoon echt in gevaar is? Of dat hij het toch niet echt meent met die "beschadiging" en "vernietiging"? Hij lijkt trouwens zijn dreigement van "beschadiging" al meteen te ondergraven door de bisschop nog eens veertien dagen de tijd te geven om te antwoorden; de diefstal is ook al negentien dagen oud (wat natuurlijk niet betekent dat het paneel zich al negentien dagen in zijn bergplaats bevindt).

Handelt D.U.A. alleen? Nergens komt de ik-persoon voor, de brief heeft het alleen maar over "wij". Dat hoeft nog niets te betekenen natuurlijk. Het kan een stijlfiguur zijn, er kunnen inderdaad medeplichtigen zijn, of D.U.A. bluft gewoon. Maar dat hij benadrukt dat de ene bergplaats slechts door één persoon is gekend, impliceert natuurlijk wel dat er anderen bij betrokken zijn, anderen die de bergplaats niet kennen.

Dat het grootste deel van het losgeld in biljetten van 10.000 frank betaald moet worden, is ook opmerkelijk. Niet iedereen kan zomaar dit soort biljetten uitgeven of wisselen. Is D.U.A. hier onvoorzichtig? Laat hij hier doorschemeren zich goed thuis te voelen in de financiële wereld (Goedertier had een bankkantoor)?

Elk woord van D.U.A. moet uiteraard met een flinke korrel zout genomen worden. Er staat niet noodzakelijk wat er staat. Het kan zijn dat D.U.A. zichzelf soms verraadt, maar het is evengoed mogelijk dat hij ons bewust een bepaalde richting uitstuurt en misschien zelfs op het verkeerde been zet. Hier is iemand aan het woord die zo vlug mogelijk geld wil en daarvoor van alles schrijft, verzonnen of niet.

Monseigneur,

Wij hebben het voorrecht u te laten weten dat wij over de twee schilderijen van Van Eyck beschikken, die uit de hoofdkerk van uw stad zijn geroofd.

Wij oordelen dat het verkieslijk is u niet uit te leggen door welke wederwaardigheden wij in het bezit van die juwelen zijn gekomen. Het is op zo’n verwarde wijze gebeurd dat de plaats waar het kostbaarste van de twee werken rust, inderdaad slechts door EEN persoon gekend is. Daar heeft u de enige zaak die u moet interesseren, want ze draagt verschrikkelijke mogelijkheden in zich.

Wij stellen u voor u de twee schilderijen af te leveren onder de volgende voorwaarden. Eerst leveren wij u het grisaille-schilderij Sint-Jan af. Na ontvangst van dit schilderij, zult u aan een persoon waarvan het adres u zal worden aangeduid, de som van één miljoen ter beschikking stellen in 90 biljetten van 10.000 frank en 100 biljetten van 1.000 frank. Die som zal ingepakt zijn in een pakje verzegeld met het zegel van het bisdom. Vervolgens zult u alles in een bruin papier inpakken, verzegeld met een gewoon zegel.

Bovendien verbindt u zich ertoe, Monseigneur, door een voorafgaande uitwisseling van de biljetten – of door andere middelen - te vermijden dat de nummers van de biljetten kunnen worden genoteerd. . En tenslotte zult u zich ertoe verbinden van de bevoegde autoriteiten de volledige stopzetting van de opsporingen en de definitieve seponering van de zaak te verkrijgen.

Nadat wijzelf zonder moeilijkheden de biljetten zullen hebben gewisseld, zal u de plaats waar u de Rechtvaardige Rechters zou kunnen terugnemen, zonder uitstel worden aangeduid.

Wij begrijpen dat de geëiste gratificatie hoog is, maar een miljoen kan men terugverdienen, terwijl Van Eycks niet opnieuw kunnen worden geschilderd. Vanuit een ander gezichtspunt bekeken, welke autoriteit zou de verantwoordelijkheid op zich durven te nemen om onze voorstellen, die het karakter van een ultimatum hebben, te verwerpen. Wij weten al te goed dat de artistieke en wetenschappelijke wereld zich zou oprichten van verontwaardiging, indien ze de weigering en de omstandigheden van ons voorstel zou moeten vernemen.

Indien u onze voorwaarden aanvaardt, iets waaraan wij niet willen twijfelen, zult u op de datums 14 en 15 mei in de krant La Dernière Heure, in de rubriek van de kleine aankondigingen Allerlei, de volgende tekst laten inlassen: D.U.A. In overleg met de autoriteiten, aanvaarden wij uw voorstellen integraal.

Wij veroorloven ons u ertoe aan te sporen om noch uw stappen noch uw antwoord uit te stellen, want elke verloren dag verhoogt het gevaar op beschadiging van de schilderijen.

Maar pas op voor de catastrofe. Een weigering of het zoeken van een oplossing via slinkse middelen, zal automatisch de definitieve en onherstelbare vernietiging van deze juwelen teweegbrengen.

D.U.A.

Volgende bericht op woensdag 15 september 2010.

4 opmerkingen:

Patrick zei

Zou een kunstkenner de term "tableau" (schilderij) gebruikt hebben of eerder "panneau" (paneel)?

Harry Cuypers zei

De 'verschrikkelijke' mogelijkheden zijn een beetje bluf maar terwijl beseft de afperser dat het risico groot is. Zelfs als hij een goede gezondheid heeft is er nog altijd gevaar. Al dat gedoe over vernietiging enz. is pure flauwe kul en intimidatie. De latere brieven bewijzen dat alleen maaar. Het is een zeer theatrale brief, waarschjnlijk opgesteld om het allemaal heel gewichtig te laten overkomen. Natuurlijk was het een serieuze zaak maar voor mij is het steeds duidelijk geweest. De RR zaten toen al op een veilige plaats, zo veilig dat de afperser er zelfniet meer aan kon. Maar ja, wie gaat nu denken dat niemand wil betalen. daar liep het reeds fout.

Rudy Pieters zei

@Patrick. Terechte vraag. Eigenlijk zouden we eens een hele batterij teksten van Franstalige Vlamingen met diverse profielen uit de jaren 1930 moeten verzamelen en bestuderen en kijken welke woorden men toen vooral gebruikte, bijvoorbeeld om de onderdelen van het Lam Gods aan te duiden.

Rudy Pieters zei

@Harry Cuypers. Vernietiging en beschadiging lijken inderdaad bluf. Waarom wacht D.U.A. daar anders mee tot het eind van de brief ("o ja, monseigneur, nu ik er aan denk ...")? Het enige wat Coppieters moet interesseren zijn die "verschrikkelijke mogelijkheden" die hij helemaal in het begin aanhaalt.
Die "verschrikkelijke mogelijkheden" zeggen volgens mij iets over die ene persoon die de bergplaats kent, ofwel over de bergplaats zelf, ofwel over een combinatie van beide. De persoon kan bijvoorbeeld een slechte gezondheid hebben, de bergplaats kan nu of binnenkort niet bereikbaar zijn voor die persoon, of de bergplaats kan iets onthullen over die persoon of andere betrokkenen.
Dat D.U.A. het over "verschrikkelijke mogelijkheden" heeft ("possibilités terribles"), geeft mij het gevoel dat hij die "mogelijkheden" niet onder controle heeft.